"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 

Donderdag in de tweede week van de Advent
Overweging bij de lezing van vandaag
Johannes Karpathios (VIIe eeuw) monnik en bisschop
Vermanend kapittel, nr 50, 98 (Filokalia van de neptische vaderen; vert. © Evangelizo.org)

"Het Koninkrijk der hemelen breekt met geweld baan" (vgl Mt 11,12)

      Hoe kunnen we de zonde overwinnen, wanneer we er al door bezet zijn? Geweld is hierbij nodig. Er wordt immers gezegd “Een mens ontrukt zich aan het verderf door er moeite voor te doen” (cf. Spr 16,26 LXX), en door zich voortdurend in te spannen om tot heiligheid van zijn gedachten te streven.

      Geweld met geweld breken werd nooit verboden door de wetten. Als we dus een gewelddadig werk doen -hoe zwak ook- en als we voortaan verwachten dat de kracht van boven tot ons komt, tijdens ons verblijf in Jeruzalem (vgl. Lc 24,49), dat wil zeggen in het onophoudelijk gebed en de andere deugden, dan zal dat handelen op een dag een groot geweld bij ons binnenbrengen, niet te vergelijken met dat van onszelf, dat immers zo gering is. Lippen van vlees zijn niet in staat om het geweld van deze situatie in woorden te vatten. Het geweld dat met al zijn kracht standhoudt en de slechtste gewoontes en slechtste demonen overwint, en eveneens het geweld dat de impuls overwint die onze zielen naar het slechtste brengt en dat de ongeordende neigingen van het lichaam overwint. Er staat immers geschreven: “Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak” (Hand 2,2), om het kwaad te verdrijven dat ons voortdurend aanzet tot het slechtste.

    Moge op het altaar van je ziel het vuur van de gebeden voortdurend  branden; het vuur van de heilige beschouwing met de woorden van de heilige Geest, deze gebeden stijgen op naar het allerhoogste.



 
©Evangelizo.org 2001-2020