"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 

Vrijdag in week 14 door het jaar

Uit de profeet Hosea 14,2-10.
Zo spreekt de Heer: “Bekeer u, Israël, tot de Heer uw God, want over uw schuld zijt gij gestruikeld.
Kom met uw woorden als gave, bekeer u tot de Heer en zeg Hem: Gij vergeeft toch alle schuld,
aanvaard ook onze goede wil: wij zullen onze woorden als offerdieren geven.
Assur kan ons niet redden, wij zullen niet meer op paarden rijden
en tegen het maaksel van onze handen zeggen wij nooit meer:
Gij zijt onze God. Gij Heer, zijt immers degene bij wie de wees ontferming vindt.
Ik wil hen van hun ontrouw genezen en hun van harte mijn liefde schenken.
Mijn toorn heeft zich van hen afgewend.
Ik wil voor Israël zijn als de dauw: als een lelie zal hij gaan bloeien
en hij zal wortels schieten, als op de Libanon.
Zijn scheuten lopen uit, zijn luister evenaart die van de olijfboom, zijn geur die van de Libanon.
Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten, zij zullen koren kunnen verbouwen,
zij zullen bloeien als de wingerd en vermaard zijn als de wijn van de Libanon.
Wat heb Ik dan nog met de afgoden te maken, Efraïm?
Ik ben het die hem verhoort en die naar hem omziet.
Ik ben als een altijd groene cypres aan Mij zijn uw vruchten te danken.
Wie is zo wijs dat hij dit beseft, wie is zo verstandig dat hij dit inziet?
Inderdaad, recht zijn de wegen van de Heer: de rechtschapenen bewandelen die,
maar rebellen komen er ten val.”

Psalmen 51(50),3-4.8-9.12-13.14.17.
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Want Gij hebt behagen in oprechtheid
Gij hebt mij geleerd in eigen hart te zien.
Sprenkel mij met hyssop dat ik rein word,
Wast mij dat ik witter word dan sneeuw.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maak Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 10,16-23.
In die tijd zei Jezus tot de twaalf: Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven.
Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken
en u geselen in hun synagogen.
Gij zult voor stadhou­ders en konin­gen gebracht worden omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen.
Maakt u echter, wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken:
op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen.
Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind;
de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen.
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam.
Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.
Wanneer men u in de ene stad vervolgt, vlucht dan naar een andere.
Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult niet gereed gekomen zijn met de steden van Israël
op het ogenblik dat de Mensenzoon komt.



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : H. Johannes de XXIIIe
"Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven"



 
©Evangelizo.org 2001-2018