"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 

KERKWIJDING VAN DE BASILIEK VAN SINT JAN VAN LATERANEN - Feest

Uit de profeet Ezechiël 47,1-2.8-9.12.
In die dagen bracht een engel van de Heer mij naar de ingang van de tempel. Daar zag ik
hoe er van onder de drempel van de tempel water stroomde in oostelijke richting;
de voorzijde van de tempel lag namelijk op het oosten. Het water vloeide
onder de rechtervleugel van de tempel door, aan de zijde van het altaar.
Daarop leidde hij mij door de noorderpoort naar buiten. Hij voerde mij buitenom
naar de oostzijde: het water stroomde van onder de rechtervleugel.
De engel van de Heer zei mij: “De rivier stroomt naar de vlakte in het oosten, en verder stroomt hij naar de Araba,
om vervolgens uit te monden in de Zoutzee waarvan het water drinkbaar wordt.
Overal waar de rivier stroomt, zullen de waterdieren in leven kunnen blijven. Er zal heel veel vis zijn,
want overal waar de rivier komt, zal het water drinkbaar worden, en zal alles in leven blijven.
Op beide oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opschieten
waarvan de bladeren niet verwelken, en de vruchten niet opraken;
want de bomen zullen elke maand vruchten dragen.
Zij worden immers gevoed met water uit de tempel.
De vruchten zullen dienen als voedsel en de bladeren als geneesmiddel.”

Psalmen 46(45),2-3.5-6.8-9.
De Heer is voor ons een vesting en toevlucht,
een machtige hulp in de nood.
Zo zijn wij niet bang, al kantelt de aarde,
al vallen de bergen in zee.

Een klaterend beekje verkwikt Gods stad,
het heilig verblijf van de Allerhoogste.
Die stad staat onwrikbaar, want God is daarbinnen,
God staat haar terzij als de dag begint.

De Heer van de hemelse legers is met ons,
een veilige burcht is ons Jakobs God.
Komt nader en ziet wat de Heer heeft gedaan,
zijn wondere werken op aarde.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 2,13-22.
Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem.
In de tempel trof Hij de verkopers van runderen, schapen
en duiven aan en ook de geldwisselaars, die daar zaten.
Hij maakte een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen en de runderen;
het klein­geld van de wisselaars veegde Hij van de tafels en wierp die omver.
En tot de duivenhande­laars zei Hij: 'Weg met dit alles!
Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!
Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschre­ven staat: De ijver voor Uw huis zal mij verteren.
De Joden richtten zich tot Hem met de woorden: 'Wat voor teken kunt Gij ons laten zien, dat Gij dit doen moogt?'
Waarop Jezus hun antwoordde: 'Breekt deze tempel af
en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.'
Maar de Joden merkten op: 'Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd;
zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?'
Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam.
Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden, herinnerden zijn leerlingen zich
dat Hij dit gezegd had, en geloof den in de Schrift en in het woord dat Jezus gespro­ken had.



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : H. Augustinus
"Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam"



 
©Evangelizo.org 2001-2018