"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zaterdag, 14 Juli 2018
Zaterdag in week 14 door het jaar



Uit profeet Jesaja 6,1-8.
In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon. De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel.
Serafs stonden boven Hem opgesteld, elk met zes vleugels: twee om het gelaat te bedekken, twee om de voeten te bedekken, twee om te vliegen.
Zij riepen elkaar toe: ''Heilig, heilig, heilig is de Heer van de machten; al wat de aarde vult is zijn heerlijkheid.'
De deurpinnen in de dorpels schudden van het luid geroep en de tempel stond vol rook.
Ik zei: ''Wee mij! Ik ben verloren! Ik ben een mens met onreine lippen, ik woon onder een volk met onreine lippen en ik heb met eigen ogen de Koning, De Heer van de machten gezien!'
Maar een van de serafs vloog op mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen,
hij raakte er mijn mond mee aan en sprak: ''Zie, nu zij uw lippen heeft aangeraakt, is uw zonde verdwenen, en uw schuld bedekt.'
Daarop hoorde ik de stem van de Heer: ''Wie zal Ik zenden, wie zal gaan in onze naam?' Ik antwoordde: ''Hier ben ik, zend mij.


Psalmen 93(92),1ab.1c-2.5.
De Heer is koning, met luister omkleed,
met macht heeft de Heer zich omgord.

Zo vast als de aarde, onwankelbaar,
zo vast staat uw troon door de eeuwen,
van eeuwigheid, God, zijt Gij!

Betrouwbaar is alles wat Gij betuigt,
uw huis zij heilig in lengte van dagen.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 10,24-33.
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: De leerling staat niet boven zijn meester en de dienaar niet boven zijn heer.
Voor de leerling moet het voldoende zijn behandeld te worden als zijn meester, voor de dienaar als zijn heer. Als men het hoofd van het huisgezin al Beelzebul durft noemen, hoeveel te meer dan zijn huisgeno­ten.
Weest niet bang voor hen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets is verborgen of het zal bekend worden.
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in het verderf kan storten in de hel.
Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet een mus op de grond vallen.
Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is.
Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.






 
©Evangelizo.org 2001-2018