"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Dinsdag, 17 Juli 2018
Dinsdag in week 15 door het jaar



Uit profeet Jesaja 7,1-9.
In de tijd dat Achaz koning van Juda was, trok Resin, de koning van Aram, samen met de koning van Israël,
tegen Jeruzalem op, maar hij slaagde er niet in de stad te overmeesteren.
Toen aan het huis van David bericht werd, dat Aram zich met Efraïm had verbonden, beefde het hart van de koning
en het hart van zijn volk, zoals de bomen in het woud beven wanneer de wind waait.
De Heer sprak echter tot Jesaja: “Gij moet Achaz tegemoet treden, samen met uw zoon Sear-Jasub,
bij het einde van de waterleiding van de Bovenvijver, op de weg naar het Blekersveld.
Daar moet gij het volgende tegen hem zeggen: Blijf maar rustig, wees niet bevreesd en laat uw hart niet onthutst zijn
om die twee rokende stompen brandhout, om de wilde woede van de koning van Aram en de koning van Israël.
Omdat Aram samen met Efraïm en met de koning van Israël onheil tegen u heeft beraamd en het plan heeft gemaakt
tegen Juda op te trekken, het schrik aan te jagen, het te overmeesteren en er dan de zoon van Tabeal koning te maken,
‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ –
daarom heeft God de Heer aldus gesproken: Dat zal niet doorgaan! Dat zal niet gebeuren!
Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. – Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. –
Want Damascus mag de hoofdstad van Aram zijn en Resin het hoofd van Damascus, Samaria mag de hoofdstad van Efraïm zijn
en de koning van Israël het hoofd van Samaria, maar over vijfenzestig jaar zal Efraïm ophouden een volk te zijn. Als gij niet gelooft, dan houdt ge geen stand!”


Psalmen 48(47),2-3a.3b-4.5-6.7-8.
Groot is de Heer, Hij zij hoog geprezen
in onze Godstad Jeruzalem.
Zijn heilige berg rijst daar schitterend op,
een vreugde voor ieder op aarde.

Voor ons is de Sion de Godenberg,
de stad van de Grote Koning.
God zelf, die binnen haar burchten verblijft,
Hij toont zich een veilige vesting.

Zie, koningen kwamen te zamen
en rukten tegen haar op.
Maar toen zij haar zagen werden zij bang
en sloegen verschrikt op de vlucht.

Opeens overviel hen de angst
als weeën een barende vrouw;
zoals de storm uit het oosten
de schepen voor Tarsis treft.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11,20-24.
In die dagen begon Jezus de steden waarin de meeste van zijn wonderen waren gebeurd te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden.
'Wee u, Chorazin; wee u, Betsaida! Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaatsgevonden.
Ja, Ik zeg u: Het lot van Tyrus en Sidon zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.
En gij, Kafarnaum, zult ge soms tot de hemel toe verheven worden? Tot in de onderwereld zult ge neerzinken. Als in Sodom de wonderen gebeurd waren die bij u zijn geschied, het zou tot op de dag van vandaag blijven bestaan.
Toch, Ik zeg u: Het lot van het land van Sodom zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018