"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Woensdag, 18 Juli 2018
Woensdag in week 15 door het jaar



Uit profeet Jesaja 10,5-7.13-16.
Zo spreekt de Heer: Assur, de roede van mijn gramschap, de stok die Ik in mijn woede hanteer.
Ik had hem ontboden tegen een goddeloos land, hem gezonden naar een volk dat mijn toorn opwekte, om er te plunderen en te roven, om het als straatvuil te vertrappen.
Hij echter bedoelde het anders, en had andere plannen in zijn hart: zijn hart was erop uit te verdelgen en talloze volken uit te roeien.
Assur zei: ''Door eigen kracht heb ik dat alles bewerkt, door eigen wijsheid, want verstandig ben ik. Grenzen van volken heb ik verlegd, rijkdommen weggesleept, en vorsten met geweld van hun troon gestoten.
Mijn hand nam de rijkdom van de volken in beslag alsof het een vogelnestje was en zoals men verlaten eieren vergaart, zo gaarde ik heel de aarde bijeen. Niet een verroerde een vleugel of opende zijn snavel om te piepen.'
Pocht een bijl soms tegen hem die ermee hakt, of verheft zich een zaag tegen hem die ze hanteert? Alsof een scepter diegene regeert die hem voert, of een stok hem die geen hout is, omhoog heft!
Daarom laat de Heer, de Heer van de legerscharen, zijn vet wegteren en de koorts in zijn ingewanden branden, als een gloeiend vuur.


Psalmen 94(93),5-6.7-8.9-10.14-15.
Verwaanden vertrappen uw volk, Heer,
uw erfdeel wordt deerlijk mishandeld.
Vreemden en weduwen slaan zij neer,
wezen brengen zij om.

Zij zeggen: de Heer ziet het toch niet,
Hij merkt het niet eens, Jakobs God.
Gebruikt uw verstand, kortzichtige mensen,
gij dwazen, wanneer wordt ge wijs?

Zou Hij die ons oren gaf zelf niet horen,
zou Hij die het oog maakte zelf niet zien?
Die volken terecht wijst, zou Hij niet straffen,
zou Hij niets weten, die ons onderwijst?

Nooit zal de Heer zijn volk verstoten,
zijn erfdeel geeft Hij niet op.
Eens zullen de rechters rechtvaardig beslissen
en alle rechtvaardigen vallen het bij.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11,25-27.
In die tijd sprak Jezus: 'Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen
verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze heb geopenbaard aan kleinen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.






 
©Evangelizo.org 2001-2018