"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zaterdag, 21 Juli 2018
Zaterdag in week 15 door het jaar



Uit de profeet Micha 2,1-5.
Wee over hen die onrecht beramen en in hun bed boze daden bedenken om die bij het eerste morgenlicht te bedrijven, machtig als hun handen zijn.
Begeren zij akkers, dan roven zij die, begeren zij huizen, dan nemen zij die! Zij leggen beslag op de man en zijn huis, op de bezitter en op zijn bezit.
Daarom, zo spreekt de Heer, ga Ik tegen dat soort lieden nu eens een boze daad bedenken,
iets dat gij niet van uw nek kunt schudden, en rechtop gaan zult gij niet meer; het wordt beslist een kwade tijd!
Op die dag zal men een spotlied op u aanheffen en zal er een droevige klaagzang klinken:
'Wij zijn te gronde gericht, totaal te gronde gericht! Het erfdeel van mijn volk geeft Hij aan vreemden! Ach, Hij ontrukt het mij! Aan de goddelozen deelt Hij onze akkers uit!'
Dan zult gij niemand meer hebben die u een erfdeel toewijst in de gemeente van de Heer.


Psalmen 9(9B),1-2.3-4.7-8.14.
Waarom houdt Gij u op een afstand, Heer,
verbergt Gij u in tijden van ellende;
terwijl de goddeloze in zijn overmoed de arme kwelt,
en hem verstrikt in listen en bedrog.

De zondaar pocht op zijn verdorven lusten,
en met zijn hebzucht lastert hij de Heer.
De goddeloze zegt hoogmoedig:
niemand zal het wreken,
er is geen God; en denkt niet verder na.

Zijn mond is vol bedrog en sluwheid,
onheil en kwelling heeft hij op de tong.
Hij ligt in hinderlaag tussen de struiken,
slaat heimelijk de schuldeloze neer.

Toch ziet Gij het, ons leed, onze ellende,
Gij hebt het immers in uw hand.
Aan U geeft de noodlijdende zich over,
de vaderloze rekent op uw hulp.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 12,14-21.
In die tijd verlieten de Farizeeën de synagoge en smeedden plannen om Jezus uit de weg te ruimen.
Maar omdat Jezus dit wist, trok Hij vandaar weg. Velen volgden Hem en Hij genas ze allen.
Hij drukte hun echter op het hart Hem niet bekend te maken,
opdat in vervul­ling zou gaan het woord door de profeet Jesaja gesproken:
Zie, mijn Dienaar, die ik heb verkoren, mijn Welbe­minde, in wie mijn ziel behagen vond. Ik zal mijn geest op Hem doen rusten, Gods Wet zal Hij verkondigen aan de volkeren.
Hij zal twisten noch schreeuwen en op straat zal men zijn stem niet horen.
Een geknakt riet zal Hij niet breken en een smeulende vlaspit niet doven voordat Hij Gods Wet ter overwinning heeft gevoerd;
en op Zijn Naam zullen de volkeren hopen.






 
©Evangelizo.org 2001-2018