"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 22 Juli 2018
ZESTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR



Uit profeet Jeremia 23,1-6.
Wee de herders die de schapen van mijn weiden in het verderf storten
en laten verdwalen – spreekt de Heer.
Daarom – dit zegt de Heer, de God van Israël, tegen de herders die mijn volk weiden:
Jullie hebben mijn schapen verjaagd en laten verdwalen, en jullie zijn ze niet gaan zoeken.
Daarom ga ik jullie zoeken: ik zal jullie straffen voor je kwalijke praktijken – spreekt de Heer.
Wat er nog van de schapen over is, zal ik bijeenbrengen uit alle landen
waarheen ik ze verjaagd heb. Ik breng ze terug naar hun weide,
ze zullen vruchtbaar zijn en in aantal toenemen.
Ik zal herders over ze aanstellen die ze zo zullen hoeden dat ze geen angst meer kennen
en er niet één meer zal worden gemist – spreekt de Heer.
De dag zal komen – spreekt de Heer – dat ik aan Davids stam een rechtmatige telg
laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land
recht en gerechtigheid zal handhaven.
Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn “De Heer is onze gerechtigheid”.


Psalmen 23(22),1-3a.3b-4.5.6.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.

Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden,
omwille van zijn Naam.

Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.

Uw stok en uw herdersstaf,
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.

Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.

Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.




Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze 2,13-18.
Broeders en zusters, door het bloed van Christus zijt gij, die eertijds veraf waart, in Christus Jezus dichtbij gekomen.
Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden een gemaakt heeft, en de scheids­muur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap,
de wet der geboden met haar verordeningen, te vernieti­gen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit de twee een nieuwe mens te scheppen,
en die beiden in een lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap heeft gedood.
En Hij is gekomen en Hij heeft vrede verkondigd aan u die veraf waart en vrede aan hen die dichtbij waren.
Want door Hem hebben wij beiden in een Geest de toegang tot de Vader.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 6,30-34.
In die tijd voegde de apostelen zich weer bij Jezus, en brachten Hem verslag uit over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden.
Daarop sprak hij tot hen: 'Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.' Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten.
Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn.
Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging; uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen en waren er nog eerder dan zij.
Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.






 
©Evangelizo.org 2001-2018