"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Donderdag, 26 Juli 2018
Donderdag in week 16 door het jaar



Uit profeet Jeremia 2,1-3.7-8.12-13.
Het woord van de Heer kwam tot Jeremia:
Ga, roep Jeruzalem toe: Dit zegt de Heer: Ik denk terug aan de trouw van uw jeugd aan de liefde
van uw bruidstijd; hoe gij Mij zijt gevolgd in de woestijn, het land waar niets wordt gezaaid.
Israël was het heilig bezit de Heer, de eerste vrucht van zijn oogst. Allen die ervan durfden eten
moesten het boeten: onheil kwam over hen ‑ godsspraak van de Heer ‑.
Ik heb u gebracht in een veilig land, Ik liet u van zijn heerlijke vruchten genieten. Maar
onmiddellijk na uw komst hebt ge mijn land onteerd zodat Ik een afkeer kreeg van mijn eigen grond.
De priesters vroegen niet: 'Waar is de Heer?' De kenners van de weg erkenden Mij niet;
de vorsten zijn Mij ontrouw geworden; de profeten werden profeten van Baäl: ze liepen goden achterna, die niet baten.
Hemel, sta hierover ontsteld, huiver en sidder ‑ godsspraak van de Heer‑,
want mijn volk heeft dubbel misdreven: Mij hebben ze verlaten, de bron van levend water,
en ze hebben regenbakken gehouwen, vol barsten en die geen water houden.


Psalmen 36(35),6-7ab.8-9.10-11.
HEER, hoog als de hemel is uw liefde,
tot in de wolken reikt uw trouw,
uw gerechtigheid is als de machtige bergen,
uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan:

Hoe kostbaar is uw liefde, God!
In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,
zij laven zich aan de overvloed van uw huis,
u lest hun dorst met een stroom van vreugden,

want bij u is de bron van het leven,
door úw licht zien wij licht.
Toon aan uw getrouwen gedurig uw liefde,
aan de oprechten van hart uw gerechtigheid.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 13,10-17.
In die tijd kwamen de leerlingen Jezus vragen: 'Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?'
Hij gaf hun ten antwoord: 'Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven.
Aan wie heeft, zal gegeven worden, en wel in over­vloed; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.
Als ik tot hen spreek in gelijkenis­sen, dan is het omdat zij, ofschoon zij ogen hebben, niet zien en ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen.
Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt: Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan, met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien.
Want verhard is het hart van dit volk, met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen doen zij dicht, uit vrees dat zij zouden zien met hun ogen, met hun oren zouden horen, met hun hart zouden verstaan, zich zouden bekeren en Ik zou hen genezen.
Gelukkig uw ogen, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen!
Want voorwaar, Ik zeg u: vele profeten en recht­vaar­digen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord.






 
©Evangelizo.org 2001-2018