"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 30 Juli 2018
Maandag in week 17 door het jaar



Uit profeet Jeremia 13,1-11.
Dit zegt de Heer tot mij: 'Ga een linnen lendendoek kopen, sla die om uw middel en zorg dat hij niet nat wordt.'
Ik kocht dus een lendendoek, zoals de Heer had gevraagd, en sloeg die om mijn middel.
Weer kwam het woord van de Heer tot mij:
'Ga naar de Eufraat met de lendendoek die gij gekocht hebt om uw middel, en verberg hem daar in een rotsspleet.'
Ik ging naar de Eufraat en verborg hem daar, zoals de Heer mij bevolen had.
Geruime tijd nadien zei de Heer tot mij: 'Ga naar de Eufraat en haal de lendendoek op die ge daar op mijn bevel hebt verborgen.'
Ik ging naar de Eufraat, zocht de plek op waar ik de lendendoek had verborgen en haalde hem weer te voorschijn. Maar de lendendoek was vergaan, hij deugde nergens meer voor.
Daarna kwam het woord van de Heer tot mij:
'Dit zegt de Heer: Op dezelfde manier zal Ik de trots van Juda en van Jeruzalem laten vergaan.
Dit verdorven volk dat niet naar mijn woorden wil luisteren, en hardnekkig zijn eigen weg gaat, dat achter vreemde goden aanloopt, hen dient en vereert, wordt als deze lendendoek die nergens meer voor deugt.
Want zo vast als een lendendoek zit om het middel van een man, zo vast had Ik heel Israël en heel Juda aan Mij gehecht ‑ godsspraak van de Heer ‑; ze zouden mijn volk, mijn eer, mijn roem en mijn glorie zijn. Maar ze hebben niet geluisterd.'


Uit het boek Deuteronomium 32,18-19.20.21.
De Rots, die u verwekte, hebt ge verlaten,
Vergeten de God die u heeft verwekt.
De Heer zag het aan en in toorn ontbrand
verwierp Hij zijn zonen en dochters.

Hij sprak: mijn gelaat verberg Ik voor hen
Ik wil eens zien hoe dit afloopt
Het geslacht dat verdorven is,
het zijn onbetrouwbare lieden.

Zij tarten Mij met hun goden van niets
zij tergen mij met armzalige wezens
dan tart Ik heb ook met een volk van niets,
dan terg Ik hen ook met armzalige mensen



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 13,31-35.
In die tijd hield Jezus andere gelijkenis voor: 'Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterd­zaadje, dat iemand op zijn akker zaaide.
Wel­iswaar is dit het allerkleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels uit de lucht in zijn takken komen nestelen.'
Nog een andere gelijkenis vertelde Hij hun: 'Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.'
Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijke­nissen en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets,
opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld.






 
©Evangelizo.org 2001-2018