"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Dinsdag, 31 Juli 2018
Dinsdag in week 17 door het jaar



Uit profeet Jeremia 14,17-22.
Ik zou moeten wenen dag en nacht, zonder ophouden, want een vreselijke ramp heeft mijn dochter getroffen, door een zware slag ligt mijn volk geveld.
Ga ik de stad uit, dan zie ik ze daar geveld door het zwaard; ga ik de stad in, dan zie ik ze daar,
uitgeteerd door de honger. Zelfs profeten en priesters worden weggesleept naar een onbekend land.
Hebt Gij Juda verworpen, hebt Ge van Sion een afkeer gekregen? Waarom hebt Ge ons dan zo geslagen,
dat er geen genezing meer is? We hoopten op vrede, maar die bleef uit, op een tijd van herstel, maar de verschrikking bleef duren.
Jahwe, wij erkennen onze misdaden en de schuld van onze voorvaderen. Wij hebben inderdaad tegen U gezondigd.
Omwille van uw naam, verwerp ons niet, haal uw roemrijke troon niet door het slijk. Denk toch aan uw verbond met ons en verbreek het niet.
Brengen de goden der volken soms regen of laat de hemel zelf die neerstromen?
Neen, Gij zijt het, de Heer onze God. Wij hopen op U, want dit alles komt van U.


Psalmen 79(78),8.9.11.13.
Laat ons niet boeten voor vroegere zonden,
kom met uw barmhartigheid ons tegemoet,
want wij zijn maar zwakke mensen.

Ach help ons, God van ons heil, om uw Naam,
bevrijd ons, vergeef onze zonden,
laat niemand zeggen: waar is nu hun God?

Tot U stijge op het gekerm der geboeiden,
bevrijd met uw macht die de dood zijn gewijd.

Maar wij zijn uw volk, Heer, uw eigen kudde,
wij zullen U prijzen in eeuwigheid,
uw lof van geslacht tot geslacht bezingen.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 13,36-43.
Toen liet Hij de menigte gaan en keerde naar huis terug.
Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden:
'Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker.'
Hij gaf hun ten antwoord: 'Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon;
de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk;
het onkruid zijn de kinderen van het kwaad,
en de vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld
en de maaiers zijn de engelen.
Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand,
zo zal het ook gaan op het einde van de wereld.
De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Rijk bijeen­bren­gen
allen die tot zonde verleiden en onge­rech­tigheid bedrijven
om hen in de vuuroven te werpen, waar geween zal zijn en tandengeknars.
Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon.
Wie oren heeft, hij luistere.






 
©Evangelizo.org 2001-2018