"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Woensdag, 01 Augustus 2018
Woensdag in week 17 door het jaar



Uit profeet Jeremia 15,10.16-21.
Wee mij, moeder, dat u mij het leven schenkt, een man met wie het hele land strijdt en twist. Ik heb niets uitgeleend en niets in leen ontvangen, en toch vervloekt iedereen mij,
Zodra uw woord mij bereikte, verslond Ik het, het was mijn vreugde, het maakte mij zielsgelukkig. Ik draag immers uw naam, Heer, God van de legerscharen.
Nooit zat ik in vrolijk gezelschap, nooit heb ik vreugde gekend. Ik leefde eenzaam, gegrepen door U, en was van uw toorn vervuld.
Waarom komt er geen eind aan mijn smart, waarom is mijn wond niet te helen, waarom wil ze niet genezen? Gij zijt voor mij een onbetrouwbare beek waarop geen staat valt te maken.
Daarop antwoordde de Heer: Neem uw woorden terug dan neem Ik u weer in mijn dienst. Spreek edele, geen onwaardige taal, dan moogt ge weer mijn tolk zijn. Zij moeten zich richten naar u, gij moogt u niet richten naar hen.
Dan maak Ik u voor dit volk tot een onneembare, koperen muur. Ze zullen u bestrijden, maar u niets kunnen doen, want Ik ben bij u om u te helpen en u te redden ‑ godsspraak van de Heer‑;
Ik red u uit de greep van de machtigen.


Psalmen 59(58),2-3.4-5a.10-11.17.18.
Verlos mij, mijn God, uit de macht van mijn vijand,
bescherm mij wanneer men mij overvalt.
Bevrijd mij van hen die onrecht bedrijven,
van mannen die dorsten naar bloed.

Want zie, zij belagen gedurig mijn leven,
de machthebbers trekken één lijn tegen mij.
Toch heb ik geen misdaad, geen zonde bedreven.

Mijn sterkte, op U alleen stel ik mijn hoop,
want Gij zijt mijn God, mijn beschermer.
Verleen mij uw bijstand, genadige God.

Maar ik zal voortdurend uw macht bezingen,
van ochtend tot avond uw goedheid voor mij.
Want Gij zijt voor mij een sterke burcht,
een toevlucht in dagen van nood.

Mijn sterkte zijt Gij, voor U wil ik zingen,
Gij zijt mijn beschermer, genadige God.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 13,44-46.
In die tijd zei Jezus tot de menigte: Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijd­schap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker.
Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels.
Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar.






 
©Evangelizo.org 2001-2018