"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 05 Augustus 2018
ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR



Uit het boek Exodus 16,2-4.12-15.
In die dagen, toen het volk van God in de woestijn waren, begonnen zij zich opnieuw te beklagen.
‘Had de Heer ons maar laten sterven in Egypte,’ zeiden ze tegen Mozes en Aäron.
‘Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten.
U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht
om ons hier allemaal van honger te laten omkomen.’
De Heer zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen.
De mensen moeten er dan elke dag op uitgaan om net zo veel te verzamelen
als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel ik hen op de proef:
ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden.
Ik heb gehoord hoe de Israëlieten zich beklagen. Zeg tegen hen: “Wanneer de avond valt
zullen jullie vlees eten, en morgenochtend brood in overvloed.
Dan zullen jullie inzien dat ik, de Heer, jullie God ben.”’
Diezelfde avond kwamen er grote zwermen kwartels aangevlogen, die in het kamp neerstreken,
en de volgende morgen lag er overal rond het kamp dauw.
Toen de dauw opgetrokken was, bleek de woestijn bedekt met een fijn,
schilferachtig laagje, alsof er rijp op de aarde lag
‘Wat is dat?’ vroegen de Israëlieten elkaar toen ze het zagen; ze begrepen niet wat het was.
Mozes zei tegen hen: ‘Dat is het brood dat de Heer u te eten geeft.


Psalmen 78(77),3.4ab.23-24.25.54.
Wij hebben het gehoord, wij weten het,
onze ouders hebben het ons verteld.
Wij willen het onze kinderen niet onthouden,
wij zullen aan het komend geslacht vertellen.

Hij gaf een bevel aan de hoge wolken
en de deuren van de hemel gingen open.
Het regende manna als voedsel voor hen,
Hij schonk hun het brood uit de hemel.

Zij aten het brood van de engelen,
hij stuurde voedsel dat hen verzadigde.
Hij bracht hen naar zijn heilig domein,
naar de berg, die Hij voor hen had verworven.



Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze 4,17.20-24.
Broeders en zusters, ik een beroep op u bij de Heer: leeft niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid,
Maar gij hebt de Christus zo niet leren kennen!
Want gij hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderricht naar de waarheid die in Jezus is:
dat gij de oude mens van uw vroegere levenswandel, die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten, moet afleggen
en dat geheel uw denken zich moet vernieu­wen.
Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,24-35.
Toen de mensen bemerkten dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren,
gingen zij in de boten en voeren in de richting van Kafarnaum op zoek naar Jezus.
Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden: 'Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?'
Jezus nam het woord en zeide: 'Voor­waar, voorwaar, Ik zeg u: Niet omdat gij tekenen gezien hebt,
zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild.
Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft om eeuwig te leven
en dat de Mensenzoon u zal geven. Op Hem immers heeft de Vader, God zelf, zijn zegen gedrukt.
Daarop zeiden zij tot Hem: 'Welke werken moeten wij voor God verrichten?'
Jezus gaf hun ten antwoord: 'Dit is het werk dat God van u vraagt: te geloven in Degene, die Hij gezonden heeft.'
Zij zeiden tot Hem: 'Wat voor teken doet Gij dan wel, waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?' Wat doet Gij eigenlijk?
Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: Brood uit de hemel gaf hij hun te eten.'
Jezus hernam: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven;
want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld.'
Zij zeiden tot Hem: 'Heer, geef ons altijd dat brood.'
Jezus sprak tot hen: 'Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen.






 
©Evangelizo.org 2001-2018