"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 06 Augustus 2018
Gedaanteverandering van de Heer - Feest



Uit de profeet Daniël 7,9-10.13-14.
In mijn visioen zag ik dat er tronen werden geplaatst en een hoogbejaarde zich neerzette,
zijn gewaad was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol.
Zijn troon bestond uit vlammen, de wielen ervan uit laaiend vuur.
Een stroom van vuur welde op en vloeide voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem
en tienduizenden maal tienduizenden stonden voor Hem. Het gerechtshof zette zich neer en de boeken werden geopend.
In mijn nachtelijk visioen zag ik toen met de wolken des hemels iemand aankomen
die op een mens geleek. Hij ging naar de hoogbejaarde en werd voor hem geleid.
Toen werd hem heerschappij gegeven, luister en koninklijke macht; alle volken, stammen en talen brachten hem hun hulde.
Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit te gronde.


Psalmen 97(96),1-2.5-6.9.
De Heer is koning, de aarde mag juichen,
blij zijn de landen rondom de zee.
Donkere wolken vormen zijn lijfwacht,
recht en gerechtigheid dragen zijn troon.

Bergen smelten als was voor de Heer,
de Heerser van heel de wereld.
De hemel verkondigt zijn heiligheid
en alle volken aanschouwen zijn glorie.

Want heel de aarde staat onder uw macht,
Gij zijt de hoogste der goden


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 9,2-10.
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd:
zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen volder ter wereld maken kan.
Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tot Jezus: 'Rabbi, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.'
Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren geheel verbluft.
Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: 'Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.'
Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen alleen dan Jezus.
Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.
Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af, wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.






 
©Evangelizo.org 2001-2018