"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Dinsdag, 07 Augustus 2018
Dinsdag in week 18 door het jaar



Uit profeet Jeremia 30,1-2.12-15.18-22.
Het woord van de Heer kwam tot Jeremia:
Dit zegt de Heer, Israëls God: Stel alles wat Ik u gezegd heb op schrift.
Dit zegt de Heer: Uw kwaal is ongeneeslijk, uw wonden zijn niet te helen.
Niemand verzorgt uw zweren, uw wonden sluiten zich niet.
Al uw minnaars zijn u vergeten, ze lopen u niet meer achterna, omdat Ik als een vijand op u heb ingeslagen en u meedogenloos heb gestraft om uw vele misdaden en uw talrijke zonden.
Wat jammert ge dan om uw wonden en uw onverdraaglijke pijnen? Om uw vele misdaden en uw talrijke zonden heb Ik u dit alles aangedaan.
Dit zegt de Heer: Ik herstel de tenten van Jakob, Ik ontferm Mij over zijn huizen. De stad wordt herbouwd op zijn puinhoop, de burcht komt weer op zijn vroegere plaats.
Een loflied weerklinkt, men hoort hen weer lachen. Ik maak hen talrijk, nooit nemen ze in aantal af. Ik breng hen tot aanzien, nooit worden ze meer veracht.
Hun zonen zijn voor Mij weer als vroeger, hun gemeen‑ schap blijft altijd bestaan. Hun onderdrukkers straf Ik.
Hun vorst is een van hen, hun heerser komt voort uit hun midden. Ik laat hem bij Mij komen, hij mag tot Mij naderen. Wie anders zou met gevaar voor zijn leven tot Mij durven naderen ‑ godsspraak van de Heer ‑?
Gij zult mijn volk en Ik zal uw God zijn.


Psalmen 102(101),16-18.19-21.29.22-23.
De heidenen zullen uw Naam weer duchten,
de vorsten der aarde uw heerlijkheid
wanneer Gij de muren van Sion herbouwt,
wanneer Gij daar weerkeert in volle luister,
wanneer Gij de stem der geplunderden hoort,
hun smeekbeden niet naast U neerlegt.

Stelt dit dan op schrift voor het komend geslacht
en laat onze zonen de Heer ervoor danken.
De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte,
Hij ziet uit de hemel op aarde neer
Hij zal het geschrei der gevangenen horen,
verlossen die aan de dood zijn gewijd.

Het kroost van uw dienaren krijgt weer een woonplaats,
hun nageslacht blijft voor uw aanschijn bestaan
Dan wordt op de Sion zijn Naar weer verkondigd,
zijn lof in de heilige stad;
als volken en stammen daarheen zullen komen
om hulde te brengen aan God de Heer.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 14,22-36.
Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.
Toen Hij het volk had weggezon­den, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen.
De boot was reeds vele stadien uit de kust en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind.
In de vierde nachtwake kwam Hij te voet over het meer naar hen toe.
Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeu­wen.
Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: 'Weest gerust. Ik ben het. Vreest niet.'
'Heer', antwoordde Petrus,'als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.'
Waarop Jezus sprak: 'Kom!' Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: 'Heer, red mij!'
Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl hij tot hem zei: 'Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?'
Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen.
De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: 'Waar­lijk. Gij zijt de Zoon van God.'
Toen zij overgestoken waren, bereikten zij de kust bij Gennesaret.
Toen de mannen van die streek Hem herkenden, verspreidden zij in heel de omtrek het bericht van zijn komst en brachten Hem al hun zieken.
Ze smeekten Hem of ze tenminste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen die dit deden, werden gezond.






 
©Evangelizo.org 2001-2018