"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Woensdag, 08 Augustus 2018
Woensdag in week 18 door het jaar



Uit profeet Jeremia 31,1-7.
In die tijd ā€‘ godsspraak van de Heerā€‘ zal Ik de God zijn van alle stammen van IsraĆ«l en zij zullen mijn volk zijn.
Dit zegt de Heer: Het volk dat ontkwam aan het zwaard vond genade in de woestijn. Aan Israƫl, op zoek naar rust,
is de Heer reeds van verre verschenen. Mijn liefde voor u duurt eeuwig, Ik blijf u altijd trouw.
Israƫl, Ik richt u weer op. Weer slaan uw jonge vrouwen de tamboerijn en gaan vrolijk ten dans.
Weer legt ge wijngaarden aan op de bergen van Samaria; die ze planten, zullen er de vruchten van eten.
De dag breekt aan dat de wachters in het gebergte van EfraĆÆm roepen: 'Kom, wij trekken naar Sion, naar de Heer onze God.'
Want dit zegt de Heer: Jubel van vreugde om Jakob, juich om de heerser der volken. Verkondig overal Gods lof
met deze woorden: 'De Heer heeft redding gebracht aan zijn volk, aan wat van Israƫl nog rest.'


Uit profeet Jeremia 31,10.11-12ab.13.
Volken, hoor het woord van de Heer
geeft er bericht van op verre kusten.

Hij die Israƫl eens verstrooid,
zal het verzamelen zal het behoeden
zoals een herder zijn kudde.

Jakob zal worden bevrijd door de Heer
los uit de greep van hen die hen roofde
Juichend betreden zij de Sion weer
zetten zich neer waar de Heer hen zegent.

Meisjes dansen samen een vreugdedans
samen met de jongens en grijaards
Dan breng Ik vreugde in plaats van rouw
troost en blijdschap na al hun droefheid




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteĆ¼s 15,21-28.
In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon.
Op een gegeven ogenblik trad een Kananeese vrouw afkomstig uit dat gebied naar voren, luid roepend: 'Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikĀ­kelijk geĀ­kweld.'
Maar Hij gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: 'Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.'
Hij antwoordde: 'Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israƫl gezonden.'
Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: 'Heer, help mij!'
Hij gaf haar ten antĀ­woord: 'Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.'
'Wel waar, Heer', sprak zij,'want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.'
DaarĀ­op zei Jezus haar: 'Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.' En van dat ogenblik was haar dochter genezen.






 
©Evangelizo.org 2001-2018