"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 13 Augustus 2018
Maandag in week 19 door het jaar



Uit de profeet Ezechiël 1,2-5.24-28c.
Op de vijfde dag van de vierde maand, in vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojakin
werd het woord van de Heer gericht tot de priester Ezechiël, de zoon van Bazi; het gebeurde in het land van de Chaldeeën, aan de Kebar; daar kwam de hand van de Heer over hem.
In mijn visioen zag ik hoe een storm uit het noorden kwam opzetten: een grote wolkenmassa waar vuur in opflitste en die omgeven was door een gloed: de wolkenmassa schitterde als blinkend metaal.
In de wolken tekenden zich gestalten af die op vier levende wezens geleken. Ze zagen er als volgt uit: ze leken op mensen,
Als ze zich voortbewogen hoorde ik het klapperen van hun vleugels; het was als het gedruis van een grote watermassa, als de donder van de Almachtige, als het rumoer in een legerplaats; als ze stilstonden lieten ze hun vleugels neer.
En er klonk een stem boven het gewelf dat boven hun hoofden was.
Boven het gewelf dat boven hun hoofden was gespannen zag men zo iets als een saffiersteen in de vorm van een troon. En daarop, op wat dus een troon leek te zijn, was een mensengestalte zichtbaar.
Ik zag een schittering als van metaal; boven zijn middel fonkelde die gestalte als metaal, alsof er vuur in zijn binnenste gloeide, en onder zijn middel scheen hij vuur dat een gloed uitstraalde;
zoals de boog er uitziet, die in de regentijd in de wolken staat, zo was de aanblik van de gloed die hij uitstraalde. Aldus openbaarde zich de heerlijkheid van de Heer. Toen ik dat zag viel ik plat voorover. Daarop hoorde ik een stem tot mij spreken.


Psalmen 148(147),1-2.11-12ab.12c-14a.14bcd.
Loof de Heer, bewoners van de hemel,
loof Hem daar in de hoogten,
loof Hem, al zijn herauten,
loof Hem, heel zijn engelenmacht.

Koningen van de aarde en alle naties,
vorsten en alle leiders van de aarde,
jonge mannen en jonge meisjes,
grijsaards en kinderen, allen bijeen:


Laten zij loven de naam van de Heer,
alleen zijn naam is hoogverheven,
zijn luister gaat aarde en hemel te boven.

Roemvol maakte Hij ook zijn volk.
Hij is de glorie van al zijn getrouwen,
van Israëls volk, zijn eigen bezit.






Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 17,22-27.
Terwijl zij nog in Galilea bijeen waren, sprak Jezus tot hen: 'De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen,
en ze zullen hem doden, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.' Zij werden zeer bedroefd.
Toen zij in Kafarnaum waren aangekomen, kwamen de inners van de tempelbelasting op Petrus af en zeiden: 'Betaalt uw Meester de didrachmen niet?'
Hij antwoordde: 'Welzeker!' Maar toen hij het huis binnenging, voorkwam Jezus hem met de woorden: 'Wat dunkt u, Simon? Van wie heffen de aardse vorsten tol of belasting, van hun kinderen of van vreemden?'
En toen hij antwoordde: ' Van vreemden,' zei Jezus tot hem: 'Dus de kinderen zijn vrij.
Maar toch om hun geen aanstoot te geven: ga naar het meer uit en grijp de eerste vis die boven komt; maak zijn bek open en gij zult een stater vinden; betaal daarmee voor Mij en voor u.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018