"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Donderdag, 16 Augustus 2018
Donderdag in week 19 door het jaar



Uit de profeet Ezechiƫl 12,1-12.
Het woord van de Heer werd tot mij gericht:
Mensenkind, ge woont temidden van een weerspannig volk, dat ogen heeft om te zien maar niet ziet, en oren om te horen maar niet hoort; het is nu eenmaal een weerspannig volk.
Mensenkind, pak bij elkaar zoveel als een balling mee kan nemen en ga bij dag, voor aller ogen, in ballingschap. Voor hun ogen moet ge uit uw woonplaats vertrekken naar elders; misschien komen ze dan tot het inzicht dat ze een weerspannig volk zijn.
Breng de bagage voor uw ballingschap overdag voor hun ogen naar buiten en vertrek voor hun ogen tegen het vallen van de avond als een balling.
Maak voor hun ogen een gat in de muur en stap daar doorheen.
Uw bagage moet ge voor hun ogen op uw schouders laden en in het donker vertrekken; ge moet uw gezicht bedekken, zodat ge de grond niet kunt zien; want Ik maak u tot een teken voor het volk van Israƫl.
Ik deed zoals mij bevolen was; ik bracht de bagage die ik als balling nodig had overdag naar buiten, en tegen de avond maakte ik met mijn hand een gat in de muur; in het donker laadde ik voor hun ogen de bagage op mijn schouder en vertrok.
De volgende morgen werd het woord van de Heer tot mij gericht:
Mensenkind, heeft het volk van Israƫl, dat weerspannige volk, u niet gevraagd: 'Wat doet u?'
Zeg tot hen: Zo spreekt God de Heer: Dit is een boodschap voor de vorst in Jeruzalem en voor heel het volk van Israƫl dat daar woont.
Zeg tot hen: Ik ben voor u een teken; zoals Ik gedaan heb, zo zal met hen gebeuren: in ballingschap, in gevangenschap zullen ze gaan.
Hun vorst zal in het donker zijn bagage op zijn schouder laden en de stad verlaten; men zal een gat in de muur maken om hem naar buiten te laten; hij zal zijn gezicht bedekken, omdat hij deze grond met eigen ogen niet zal weerzien.


Psalmen 78(77),56-57.58-59.61-62.
Zij beproefden en tartten God weer
en wilden zijn wetten niet onderhouden.
Zoals hun vaderen dwaalden zij af,
als pijlen van onbetrouwbare bogen.

Met offerhoogten tergden zij Hem
en wekten zijn naijver op met hun beelden.
God zag hun gedrag en ontbrandde in woede,
wierp Israƫl ruw van zich af.

Zijn Sterkte liet Hij in ballingschap gaan,
zijn Luister gaf Hij de vijand in handen.
Zijn volk gaf Hij prijs aan het moordende zwaard,
zijn gramschap kwam neer op zijn erfdeel.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteĆ¼s 18,21-35.19,1.
In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: 'Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?'
Jezus antwoordde hem: 'Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal.
Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren.
Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tienduiĀ­zend talenten schuldig was.
Daar hij niets had om te betalen gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat om zo de schuld te vereffenen.
De dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
De heer kreeg medelijĀ­den met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt.
Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denariƫn schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: Betaal wat je schuldig bent.
De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heb geduld met mij en ik zal u betalen.
Maar hij weigerde en liet hem zelfs in de gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld zou hebben betaald.
Toen nu de overige dienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen.
Daarop liet de heer hem roepen en sprak: Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgeĀ­scholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt.
Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad?
En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben.
Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen, die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.'
Toen Jezus deze toespraak geeindigd had, vertrok Hij uit Galilea en ging naar het OverjorĀ­daanse gebied van Judea.






 
©Evangelizo.org 2001-2018