"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Vrijdag, 17 Augustus 2018
Vrijdag in week 19 door het jaar



Uit de profeet Ezechiël 16,1-15.60.63.
Het woord van Jahwe werd tot mij gericht:
Mensenkind, houd Jeruzalem haar gruweldaden voor ogen.
Ge moet zeggen: Zo spreekt Jahwe de Heer tot Jeruzalem: Naar afkomst en geboorte ben je uit het land van Kanaän; je vader was een Amoriet, je moeder een Hethitische.
Toen je geboren was werd je navelstreng niet doorgeknipt; je werd niet met water gewassen, ter reiniging; je werd, toen je ter wereld kam, niet met zout ingewreven noch in doeken gewikkeld.
Niemand had medelijden met je of ontfermde zich over je om voor je te zorgen. Op de dag van je geboorte werd je in het vrije veld te vondeling gelegd, omdat men aan jouw leven geen waarde hechtte.
Toen kwam Ik langs je en toen Ik zag hoe je daar lag te trappelen in je bloed, sprak Ik tot je: 'Blijf leven! Blijf leven!' sprak Ik tot jou, terwijl je lag te trappelen in je bloed.
Onder mijn zorgen groeide je op als een veldbloem; je groeide op, werd groot en zeer schoon; je borsten werden rond en je haar groeide, maar je was nog altijd moedernaakt.
Toen Ik weer langs kwam, zag Ik dat voor jou de tijd van de liefde was gekomen. Ik spreidde de slip van mijn mantel over je uit en bedekte je naaktheid. Ik zwoer je trouw en ging een verbintenis met je aan; je werd de mijne, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.
Ik waste je met water, reinigde je van het bloed en zalfde je met olie.
Ik kleedde je in bonte kleren, gaf je sandalen van het fijnste leer, bond je een linnen hoofdband om en gaf je een sluier van fijne stof.
Ik tooide je met sieraden, deed armbanden om je polsen en een snoer om je hals.
Ik gaf je een ring in je neus, hangers aan je oren en een diadeem op je hoofd.
Je was getooid met goud en zilver; je kleding was van linnen, fijne stof en bonte weefsels; je voedsel werd bereid met het fijnste meel, met honing en olie. Je werd buitengewoon mooi, een koningin gelijk.
De roem van je schoonheid verspreidde zich onder de volken, want volmaakt was de luister die Ik je verleend had, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.
Maar je schoonheid maakte je al te vrijmoedig en je ging munt slaan uit je faam; je bekoorlijkheid bood je aan iedere voorbijganger die maar wilde te koop aan.
Toch zal Ik blijven denken aan het verbond dat Ik met jou sloot in de dagen van je jeugd; Ik zal er een eeuwigdurend verbond met jou van maken.
En wanneer je terugdenkt aan wat er gebeurd is, zul je van schaamte geen woord durven zeggen, omdat Ik je alles heb vergeven wat je misdaan hebt, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.


Uit profeet Jesaja 12,2-3.4bcd.5-6.
Ja, God is mijn heil, ik verlaat mij op Hem,
ik hoef voor geen onheil te vrezen.
De Heer is mijn sterkte, de Heer geeft mij kracht,
Hij toont zich mijn helper en redder.

Gij zult in vreugde water putten
aan de bronnen van uw Redder.
Brengt dank aan de Heer en huldigt zijn Naam,
verkondigt de volken zijn machtige daden,
maakt alom zijn grootheid bekend.

Zingt luid voor de Heer, die wonderen deed,
laat heel de aarde het horen.
Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont,
want Israëls Heilige woont in uw midden.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 19,3-12.
Er kwamen Farizeeën naar Hem toe om Hem op de proef te stellen met de vraag: 'Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten om welke reden dan ook?'
Hij gaf hun ten antwoord: 'Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper in het begin hen als man en vrouw gemaakt heeft
en gezegd heeft: Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen worden een vlees?
Zo zijn zij dus niet langer twee, een vlees als zij geworden zijn. Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.'
Zij zeiden Hem: 'Waarom heeft Mozes dan voorgeschre­ven bij het wegzenden van een vrouw een scheidings­brief te geven?'
Hij antwoordde: 'Om de hardheid van uw hart heeft Mozes u toegestaan uw vrouwen weg te zenden; aanvanke­lijk was dit echter niet zo.
Ik zeg u dus: wie zijn vrouw weg­zendt ‑ en dit niet wegens ontucht ‑ en een ander huwt, begaat echt­breuk; (en wie een weggezonden vrouw huwt, begaat echtbreuk).'
De leerlingen zeiden Hem: 'Als de verhouding tussen man en vrouw zo is, kan men beter niet trouwen.'
Hij antwoordde: 'Niet iedereen kan dit begrijpen, maar alleen zij aan wie het gegeven is.
Er zijn onhuwbaren die zo uit de moederschoot zijn voortgeko­men; en er zijn onhuwba­ren die door de mensen zo gemaakt zijn; maar ook zijn er onhuwba­ren die zichzelf onhuwbaar hebben gemaakt omwille van het Rijk der hemelen. Wie bij machte is dit te begrij­pen, hij begrijpe het!'






 
©Evangelizo.org 2001-2018