"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 20 Augustus 2018
Maandag in week 20 door het jaar



Uit de profeet Ezechiël 24,15-24.
Het woord van de Heer werd tot mij gericht:
'Mensenkind, door een plotselinge ziekte ga Ik haar die ge zo graag ziet van u wegnemen. Maar gij moogt niet rouwen, ge moogt niet wenen of klagen.
Smoor uw zuchten, ge moogt geen misbaar maken. Knoop uw hoofddoek om, doe uw sandalen aan, laat uw baard onbedekt en eet het brood niet dat de mensen u brengen.'
Op een morgen sprak ik als gewoonlijk tot het volk en die avond stierf mijn vrouw. De morgen daarop deed ik zoals mij bevolen was.
Toen vroeg het volk mij: 'Wilt u door uw gedrag ons iets duidelijk maken?'
Ik antwoordde hun: 'Dit woord van de Heer is tot mij gericht:
Zeg tot het volk van Israël: Dit zegt God de Heer: Ik ontwijd mijn heiligdom, de burcht waar ge trots op bent, die een lust is voor uw ogen en een verkwikking voor uw ziel; uw zonen en dochters, die ge daar achtergelaten hebt zullen vallen door het zwaard.
Dan moet ge doen zoals ik gedaan heb: uw baard moogt ge niet bedekken en het brood dat de mensen u brengen moogt ge niet eten.
Houd uw hoofddoek om en uw sandalen aan; ge moogt niet rouwen of wenen. Vanwege uw zonde zult ge verkommeren en elkaar uw leed klagen.
Ezechiël is een teken voor u: ge moet juist doen zoals hij gedaan heeft; wanneer het zover is zult ge weten dat Ik de Heer ben.'


Uit het boek Deuteronomium 32,18-19.20.21.
De Rots, die u verwekte, hebt ge verlaten,
Vergeten de God die u heeft verwekt.
De Heer zag het aan en in toorn ontbrand
verwierp Hij zijn zonen en dochters.

Hij sprak: mijn gelaat verberg Ik voor hen
Ik wil eens zien hoe dit afloopt
Het geslacht dat verdorven is,
het zijn onbetrouwbare lieden.

Zij tarten Mij met hun goden van niets
zij tergen mij met armzalige wezens
dan tart Ik heb ook met een volk van niets,
dan terg Ik hen ook met armzalige mensen



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 19,16-22.
Eens kwam iemand naar Jezus toe om te vragen: 'Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?'
Hij zeide hem: 'Waarom wilt ge van Mij weten wat goed is? Een slechts is er goed. Als gij het Leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden.'
'Welke?' vroeg hij. Jezus antwoordde: 'De bekende: Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen,
eer uw vader en uw moeder en gij zult uw naaste beminnen als uzelf.'
'Dat heb ik allemaal onderhou­den', verklaarde de jongeman,'waar schiet ik nog tekort?'
Jezus sprak tot hem: 'Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen.'
Maar toen de jongeman deze raad hoorde, ging hij ontdaan heen, omdat hij vele goede­ren bezat.






 
©Evangelizo.org 2001-2018