"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Dinsdag, 21 Augustus 2018
Dinsdag in week 20 door het jaar



Uit de profeet Ezechi√ęl 28,1-10.
Het woord van de Heer werd tot mij gericht:
Mensenkind, zeg tegen de vorst van Tyrus: Dit zegt God de Heer: Gij bent hoogmoedig geworden en hebt gezegd: 'Ik ben een god, ik zit op een goddelijke troon, midden op zee.' Ofschoon ge maar een mens bent, en geen god, hebt ge gemeend goddelijke wijsheid te bezitten.
Ja, ge bent wijzer dan Dani√ęl; gene geheim is voor u verborgen.
Door uw wijsheid en behendigheid hebt ge rijkdommen verworven en goud en zilver vergaard in uw schatkamers.
Door uw koopmanstalent hebt ge uw bezit vergroot en zo bent ge trots geworden op uw rijkdom.
Daarom zegt God de Heer: omdat ge gemeend hebt goddelijke wijsheid te bezitten,
stuur Ik barbaren op u af, de meest geduchte volken. Die zullen hun zwaarden trekken tegen uwe majesteit met al haar wijsheid en uw luister zullen ze onteren.
In de onderwereld zullen ze u doen afdalen en ge zult een gewelddadige dood sterven, midden op zee.
Als ge oog in oog staat met hem die u doodt, zult ge dan nog volhouden dat ge een god bent? In de macht van hem die u neerslaat zult ge ervaren dat ge een mens bent en geen god.
Door de hand van barbaren zult ge een smadelijke dood sterven. Zo heb ik gesproken, luidt de godsspraak de Heer.


Uit het boek Deuteronomium 32,26-27ab.27cd-28.30.35cd-36ab.
Zo zou Ik hen zeker hebben verstrooid,
hun naam geschrapt hebben onder de volken;
indien Ik de spot van de vijand niet duchtte,
dat die het verkeerd zou verstaan.

Dan zouden zij snoeven: wij hebben gewonnen,
het was niet de Heer die dit alles deed.
Zo kortzichtig zijn die vijanden,
het ontbreekt hun aan elk begrip.

Want hoe zouden zij met één man
duizend van jullie kunnen achtervolgen,
met twee er tienduizend verjagen,
als de HEER, jullie rots, je niet uitleverde?

Want de dag van hun ongeluk is nabij,
hun noodlot komt onafwendbaar op hen af.
De Heer staat borg voor het recht van zijn volk,
Hij zal zich ontfermen over zijn dienaars



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matte√ľs 19,23-30.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Voorwaar, Ik zeg u: voor een rijke is het moeilijk het Rijk der hemelen binnen te gaan.
Nog sterker: voor een kameel is het gemak­kelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.'
Toen de leerlingen dit hoorden, stonden zij verbijs­terd en vroegen: 'Wie kan er nu eigenlijk gered worden?'
Jezus keek hen aan en zei: 'Dit ligt niet in de macht der mensen, maar voor God is alles mogelijk.'
Waarop Petrus zeide: 'Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?'
Jezus sprak tot hen: 'Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijk¬≠heid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt, gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Isra√ęl.
En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderd­voudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.
Veel eersten zullen laatsten en veel laatsten zullen eersten zijn.






 
©Evangelizo.org 2001-2018