"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zaterdag, 25 Augustus 2018
Zaterdag in week 20 door het jaar



Uit de profeet Ezechiël 43,1-7a.
In die tijd bracht de Engel mij naar de oostpoort.
En daar, vanuit het oosten, zag ik de God van Israël in al zijn luister verschijnen, met een geluid als het gebulder van de zee, en de aarde straalde ervan.
Wat ik zag, leek op wat ik had gezien toen ik de verwoesting van de stad zag, en op wat ik had gezien bij het Kebarkanaal, en ik wierp me voorover op de grond.
De luisterrijke verschijning van de Heer ging door de oostpoort de tempel binnen.
Toen hief een geest mij op en bracht me naar de binnenhof, en ik zag dat de tempel vol was van de luister van de Heer.
Toen werd er vanuit de tempel tegen mij gesproken, terwijl de man naast mij stond:
‘Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon, de plaats waar ik mijn voeten zet. Hier zal Ik voorgoed blijven wonen te midden van de Israëlieten.


Psalmen 85(84),9ab-10.11-12.13-14.
Aanhoren wil ik wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede.
Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land.

Trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus.
Uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.
Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 23,1-12.
In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlin­gen:
'Op de leerstoel van Mozes hebben de schriftge­leerden en de Farizeeën plaats genomen.
Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen, maar handelt niet naar hun werken; want zelf handelen ze niet naar hun woorden.
Zij maakten bundels van zware, haast ondraag­lijke lasten en leggen die de mensen op de schou­ders, maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken.
Alles wat zij doen, doen zij om bij de mensen op te vallen; zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden en de voor­naamste zetels in de synagogen,
ze laten zich graag groeten op de markt en willen door de mensen rabbi genoemd worden.
Maar gij moet u geen rabbi laten noemen. Gij hebt maar een Meester en gij zijt allen broe­ders.
En noemt niemand van u op aarde vader; gij hebt maar een Vader, de hemelse.
En laat u ook geen leraar noemen; gij hebt maar een leraar, de Christus.
Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn.
Al­wie zichzelf verheft, zal verne­derd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden.






 
©Evangelizo.org 2001-2018