"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 27 Augustus 2018
Maandag in week 21 door het jaar



Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica 1,1-5.11b-12.
Van Paulus, Silvanus en Timoteus aan de christenge­meente van Tessalonica, die is in God onze Vader en de Heer Jezus Christus.
Genade voor u en vrede vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!
Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.
Wij spreken dan ook in de gemeenten van God vol trots over uw standvastigheid en trouw onder de vervolgingen en onderdrukking die u moet doorstaan.
Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt door u zijn koninkrijk, waarvoor u nu lijdt, waardig te achten.
Dat Hij u door zijn kracht de vaste wil geeft het goede te doen en u door uw geloof al het mogelijke tot stand laat brengen.
Dan zal door de genade van onze God en van de Heer Jezus Christus de naam van onze Heer Jezus door u geprezen worden, en u door Hem.


Psalmen 96(95),1-2a.2b-3.4-5.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer alle landen.

Zingt voor de Heer, prijst zijn Naam.
Verkondigt van dag tot dag dat Hij ons redt.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wonderdaden aan alle volken.

Want machtig en onvolprezen is Hij
en meer te duchten dan alle goden.
De goden der volkeren zijn maaksels van mensen,
maar Hij is de Schepper van het heelal.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 23,13-22.
In die tijd sprak Jezus: Wee u, schriftge­leerden en Farizeeën, huichelaars! Gij sluit het Rijk der hemelen af voor de mensen. Zelf gaat gij er niet binnen, terwijl gij hun die dit wel willen, de toegang verspert.
Wee u, schriftgeleer­den en Farizee­ën, huichelaars!
Gij doorkruist zee en land om een bekeer­ling te maken, maar als hij het geworden is, maakt gij hem zelf tot een hellekind, tweemaal erger dan gijzelf!
Wee u, blinde leiders, die zegt: Als iemand zweert bij de tempel, dan betekent dat niets; maar als iemand zweert bij het goud van de tempel, dan is hij gebonden.
Dwazen en blinden! Wat staat dan hoger: het goud of de tempel die het goud heilig maakt?
Of ook: Als iemand zweert bij het altaar, dan betekent dat niets; maar als iemand zweert bij de offergave die er op ligt, dan is hij gebonden.
Blinden! Wat staat hoger: de offergave of het altaar dat de offergave heilig maakt?
Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat er op ligt.
En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij Hem die erin woont.
En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem die erop zetelt.






 
©Evangelizo.org 2001-2018