"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Woensdag, 29 Augustus 2018
Marteldood van de H. Johannes de Doper - Gedachtenis



Uit profeet Jeremia 1,17-19.
In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij: Omgord uw lenden, sta op en zeg hun alles wat Ik u opdraag.
Laat u door hen geen angst aanjagen; anders jaag Ik u angst aan voor hen.
Ik maak je nu tot een vestingstad en een ijzeren zuil, tot een bronzen muur om stand te houden
tegen het hele land: de koningen en leiders van Juda, de priesters en het volk.
Ze zullen je bestrijden, maar niet verslaan, want Ik zal je ter zijde staan en je redden – spreekt de Heer.’


Psalmen 71(70),1-2.3-4a.5-6ab.15ab.17.
Tot U, Heer, neem ik mijn toevlucht,
Stel mij toch nimmer teleur.
Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij
luister en kom mij te hulp.

Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats
mijn rots en mijn burcht zij Gij altijd geweest.
Bevrijd mij God, uit de handen der zondaars.

Want U, mijn God, U bent mijn verwachting,
mijn hoop bent U Heer sinds mijn vroegste jeugd.
Vanaf de moederschoot steun ik op U,
U waart mijn beschermer sinds mijn geboorte.

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen
uw bijstand de hele dag.
Van jongsaf heb ik het ondervonden,
en nu nog prijs ik uw daden.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 6,17-29.
In die tijd had Herodes Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot zijn vrouw genomen.
Johannes had immers tot Herodes gezegd: 'Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.'
Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans,
want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was,
en nam hem in bescher­ming. Telkens wanneer hij hem gehoord had,
verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een gunstige dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte
voor zijn hoogwaardig­heidsbekleders, zijn hoofdofficie­ren en de vooraanstaanden van Galilea.
De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten.
De koning zei tot het meisje: 'Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven.'
En hij bevestigde haar met een eed: 'Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk.'
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: 'Wat zou ik vragen?'
Deze ant­woordde: 'Het hoofd van Johannes de Doper.'
Zij haastte zich naar de koning en zei hem haar verlangen:
'Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.'
Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgeno­ten wilde hij haar niet afwijzen.
Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem
het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofdde hem in de gevangenis.
Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje;
het meisje gaf het weer aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.






 
©Evangelizo.org 2001-2018