"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Donderdag, 30 Augustus 2018
Donderdag in week 21 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 1,1-9.
Van Paulus, door Gods wil geroepen tot apostel van Christus Jezus, en onze broeder Sostenes
aan de kerk Gods te Korinte, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd,
samen met allen die allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus, hun Heer en de onze.
Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!
Steeds weer zeg ik God dank voor zijn genade, die u in Christus Jezus is gegeven.
Want in Christus zijt ge, naarmate zijn getuigenis bij u ingang vond,
in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis.
Op dit punt komt gij niets te kort, terwijl gij vol ver­wachting uitziet naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus.
Hij zal u ook doen standhouden tot het einde, zodat u geen blaam treft op de dag van onze Heer Jezus.
God is getrouw, die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.


Psalmen 145(144),2-3.4-5.6-7.
U wil ik prijzen iedere dag
uw Naam verheerlijken voor altijd en eeuwig.
De Heer is groot en alle lof waardig
zijn grootheid is niet te doorgronden!

Uw daden verhaalt geslacht aan geslacht
uw macht wordt alom verkondigt.
Men spreekt van uw luister en Majesteit
verpsreidt de faam van uw wonderdaden.

Uw huiveringwekkende macht wordt vermeld,
uw grootheid door ieder geprezen.
Zij zingen de lof van uw grote mildheid
en juichen om uw rechtvaardigheid.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 24,42-51.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen. zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensen­zoon komt op het uur, waarop gij het niet verwacht.'
Wie is dus de trouwe en verstandige knecht, die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd het eten te geven?
Gelukkig die knecht als de heer bij zijn komst hem daarmee bezig vindt.
Voorwaar, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.
Maar is die knecht slecht en zegt hij bij zichzelf: mijn heer blijft nog wel een poosje weg,
en begint hij de andere knechten te slaan en eet en drinkt hij met dronk­aards,
dan zal de heer van die knecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een uur dat hij niet kent;
en hij zal hem vierendelen en hem het lot doen delen van de huichelaars. Daar zal geween zijn en tandengeknars.






 
©Evangelizo.org 2001-2018