"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 02 September 2018
TWEE-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR



Uit het boek Deuteronomium 4,1-2.6-8.
In die dagen sprak Mozes tot het volk; “Luister dan, Israël, naar de voorschriften en bepalingen,
die ik u leer, en handel daarnaar. Dan zult gij leven en bezit gaan nemen van het land
dat de Heer, de God van uw vaderen, u schenkt.
Voeg niets toe aan wat ik u voorschrijf en doe er niets van af.
Houd u aan de geboden die ik u geef; het zijn de geboden van de Heer, uw God
en breng ze stipt ten uitvoer, want daaruit zal voor de volken uw wijsheid en uw inzicht blijken.
Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen: Dat machtige volk is wijs en verstandig.
Is er soms een andere grote natie, aan wie hun goden zo nabij zijn
als de Heer onze God ons nabij is, zo vaak wij Hem aanroepen?
Of is er een andere grote natie, die zulke volmaakte voorschriften
en bepalingen heeft als de wet, die ik u heden geef?


Psalmen 15(14),2.3-4.5.
Wie rechtvaardig is en eerbaar leeft,
in zijn hart geen boze plannen koestert,
geen bedrog pleegt met zijn tong.

Wie zijn evenmens geen schade doet;
en zijn buren niet te schande zet.

Wie de boosdoeners veracht,
maar de dienaars van de Heer in ere houdt;

Wie beloften in zijn eigen nadeel toch volbrengt;
wie zijn bezit niet uitleent tegen woeker,
Wie zich zo gedraagt

zal niet wankelen in eeuwigheid.



Uit de brief van de heilige apostel Jacobus 1,17-18.21b-22.27.
Broeders en zusters, elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven,
van de Vader der hemel­lichten, bij wie geen verandering is of verduiste­ring door omwenteling.
Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door het woord der waarheid,
zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepse­len zijn.
Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan, dat in u werd geplant en de kracht bezit uw zielen te redden.
Weest uitvoerders van het woord, en niet alleen toehoor­ders; dan zoudt gij uzelf bedriegen.
Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit:
wezen en weduwen opzoeken in hun nood, en zichzelf vrijwaren
voor de besmetting van de wereld.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 7,1-8.14-15.21-23.
Eens kwamen de Farizeeën en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem bij Jezus tezamen,
en zagen dat sommige van zijn leerlingen met onreine, dat wil zeggen, ongewassen handen aten.
De Farizeeën immers en al de Joden eten niet zonder zich eerst de handen te hebben gewassen met een handvol water, daar ze vasthouden aan de overlevering van de voorvaderen;
komen ze van de markt, dan eten ze niet, voordat zij zich gereinigd hebben; zo zijn er nog vele andere dingen waaraan ze bij overlevering vasthouden: het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk.
Daarom stelden de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem de vraag: 'Waarom gedragen uw leerlingen zich niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar eten zij met onreine handen?'
Hij antwoordde hun: 'Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd! Zo staat er geschreven: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.
Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren.
Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen: kruiken en bekers afwassen en meer van dergelijke dingen doet ge.
Daarop riep Hij het volk weer bij zich en sprak tot hen: 'Luistert allen naar Mij en wilt verstaan:
niets kan de mens bezoedelen wat van buiten af in hem komt. Maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens.
Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen, komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord,
echtbreuk, heb­zucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots, lichtzinnigheid.
Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bezoedelen de mens.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018