"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 03 September 2018
Maandag in week 22 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 2,1-5.
Broeders en zusters, toen ik Paulus, u het getuige­nis van God kwam verkondi­gen, deed ik dat niet met vertoon van welspre­kendheid of geleerdheid.
Ik had mij voorgenomen u geen enkele wetenschap te brengen dan die van Jezus Christus en zijn kruis.
Bovendien voelde ik mij toen zwak, nerveus en angstig.
Het woord dat ik u verkon­digde, had niets te danken aan de overredings­kracht van de `wijsheid', maar het getuigde van de kracht van de Geest:
uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God.


Psalmen 119(118),97.98.99.100.101.102.
Hoe lief toch heb ik uw wet,
ik overweeg ze de hele dag door!
Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden zijn,
want het vergezelt mij voor eeuwig;

Ik heb meer verstand dan al mijn meesters,
Want ik denk over uw vermaningen na;
En ik heb helderder inzicht dan de oudsten,
Want ik neem uw bevelen in acht.

Van alle slechte paden houd ik mijn voeten,
Om uw woord te volbrengen;
Nooit wijk ik van uw bepalingen af,
want Gij hebt mij wijsheid gegeven.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 4,16-30.
In die tijd kwam Jezus in Nazaret, waar Hij was grootge­bracht, ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen.
Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol
en vond de plaats waar geschreven stond:
De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien;
om verdrukten te laten gaan in vrijheid,
om een genade­jaar af te kondigen van de Heer.
Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten.
In de synagoge waren aller ogen gespannen op hem gevestigd.
Toen begon Hij hen toe te spreken: 'Het Schriftwoord
dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.'
Allen bevestigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade
uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: 'Is dat dan niet de zoon van Jozef?'
Hij zei hun: 'Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf.
Doe al wat, maar wij hoorden, in Kafarnaum gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad.'
Maar Hij gaf er dit antwoord op: Voor­waar, Ik zeg u: geen profeet is heilzaam voor zijn eigen vaderstad.
En het is waar wat Ik u zeg: in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israel;
toch werd Elia tot niemand van hen gezonden, behalve tot een weduwe in Sarepta in het gebied van Sidon.
En in de tijd van de profeet Elisa waren er vele melaatsen in Israel;
toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syrier Naaman.'
Toen ze dit hoorden, werden allen die in de synagoge waren, woedend.
Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg
waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.






 
©Evangelizo.org 2001-2018