"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Donderdag, 06 September 2018
Donderdag in week 22 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 3,18-23.
Broeders en zusters, laat niemand zichzelf iets wijs maken. Als iemand onder u wijs meent te zijn,
wijs volgens de opvattingen van deze wereld, dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid te leren.
De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Er staat immers geschreven: Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid,
en elders: De Heer kent de gedachten van de wijzen, Hij weet hoe waardeloos ze zijn.
Laat daarom niemand zijn heil zoeken bij mensen. Want alles is het uwe,
of het nu Paulus is of Apollos of Kefas, wereld, leven of dood, heden of toekomst, alles is van u,
maar gij zijt van Christus en Christus is van God.


Psalmen 24(23),1-2.3-4ab.5-6.
Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen,
Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest,
op de stromen heeft Hij haar verankerd.

Wie mag de berg van de Heer bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats?
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens.

Zegen zal hij ontvangen van de Heer
en recht verkrijgen van God, zijn Redder.
Dat valt hun ten deel die U zoeken,
die zich tot U wenden – het volk van Jakob



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 5,1-11.
Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen.
Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk.
Toen Hij zijn toespraak had geeindigd, zei Hij tot Simon: 'Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.'
Simon antwoordde: 'Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.'
Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten,
dat deze dreigen te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren, vulden zij de beide boten tot zinkens toe.
Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: 'Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.'
Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en allen die bij hem waren vanwege de vangst die ze gedaan hadden;
en zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die met Simon samen­werk­ten. Jezus echter sprak tot Simon: 'Weest niet be­vreesd, voortaan zult ge mensen vangen.'
Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.






 
©Evangelizo.org 2001-2018