"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 09 September 2018
DRIE-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR



Uit profeet Jesaja 35,4-7a.
Spreek tot allen die de moed verloren hebben: 'Wees sterk en vrees niet,
want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, hijzelf zal jullie bevrijden.’
Dan gaan de ogen van blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden.
De lamme zal springen als herten en jubelen de tong van de stomme. Ja, in de steppe zullen beken ontspringen, rivieren in de woestijn.
Het verzengde land wordt een waterplas, dorstige grond wordt waterrijk gebied;


Psalmen 146(145),6c-10.
De Heer is trouw tot in eeuwigheid,
recht doet Hij aan de verdrukten.
Brood geeft Hij aan de hongerigen,
De gevangenen bevrijdt Hij.

De ogen van de blinden opent de Heer,
gebrokenen richt Hij weer op.
De Heer bemint de rechtvaardigen,
de Heer beschermt de vreemdelingen.

Wezen en weduwen steunt Hij,
maar wie kwaad doen, richt Hij te gronde.
De Heer is koning in eeuwigheid,
uw God, Sion, heerst over alle geslachten.



Uit de brief van de heilige apostel Jacobus 2,1-5.
Broeders en zusters, gij die gelooft in onze Heer Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, verbindt dit geloof toch niet met partijdigheid en vleierij.
Ik bedoel dit: veronderstel, er treedt in uw samen­komst een man binnen, keurig gekleed en met gouden ringen aan zijn vingers, en tegelijkertijd komt er ook een arme aan in schamele kleren;
als gij nu opziet tegen de rijkgeklede man en hem een ereplaats aanbiedt, terwijl gij tegen de arme zegt: «Blijf daar maar staan,» of: «Ga hier op de grond zitten, bij mijn voetbank»,
maakt ge u dan niet schuldig aan een kwaadaardig soort discrimina­tie?
Luistert, lieve broeders: God heeft de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgena­men van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 7,31-37.
In die tijd vertrok Jezus uit de streek van Tyrus , begaf zich over Sidon naar het meer van Galilea, midden in de streek van Dekapolis.
Men bracht een dove bij Hem, die ook moeilijk kon spreken en smeekte Hem dat Hij deze de hand zou opleggen.
Jezus nam hem terzijde buiten de kring van het volk, stak hem de vingers in de oren en raakte zijn tong met speeksel aan.
Vervolgens sloeg Hij zijn ogen ten hemel op, zuchtte en sprak tot hem: 'Effeta ', wat betekent: Ga open.
Terstond gingen zijn oren open en werd de band van zijn tong losgemaakt, zodat hij normaal sprak.
Hij verbood hun het aan iemand te zeggen; maar met hoe meer nadruk Hij dat verbood, des te luider verkondigden zij het.
Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit: 'Hij heeft alles wel gedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018