"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 10 September 2018
Maandag in week 23 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 5,1-8.
Broeders en zusters, men hoort algemeen spreken van ontucht onder u, en wel van de soort
die zelfs bij de heidenen niet voorkomt: dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader.
En gij verheft u nog boven anderen? Waarom zijt gij niet in de rouw gegaan? Dan zou de man die zo iets heeft bedreven uit uw midden verwij­derd zijn.
Ik voor mij, hoewel lichamelijk afwezig, maar in de geest aanwezig, heb reeds, als was ik bij u, het vonnis geveld over hem die dat heeft durven doen.
En het luidt: in de naam van de Heer Jezus moeten wij bijeenkomen, gij en ik in de geest, samen met de kracht van onze Heer Jezus,
en die man uitleve­ren aan de satan, tot ondergang van zijn lichaam, maar tot redding van zijn geest op de dag des Heren.
Uw zelfvoldaanheid staat u niet fraai. Ge weet toch dat een beetje zuurdeeg genoeg is om het hele deeg zuur te maken?
Doet het oude zuurdeeg weg, om vers deeg te worden, ge moet immers zijn als ongezuurde paasbroden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus zelf.
Wij moeten ons feest niet vieren met het oude zuur­deeg, met het bederf van slechtheid en boosheid, maar met het zuivere brood van reinheid en waarheid.


Psalmen 5,3c.4.5.6-7.12.
Met aandrang wend ik mij, Heer, tot U
Reeds vroeg in de morgen hoort Gij mijn stem,
reeds vroeg mijn hoop en verlangen.
Gij zijt toch geen God, die onrecht verdraagt,
bij U kan geen booswicht vertoeven.

Geen zondaar kan U in de ogen zien,
Gij haat hen die onrecht bedrijven.
Die leugentaal spreken vernietigt Gij,
Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid.

Maar zegent hen die zich wenden tot U
en maakt hen voor altijd gelukkig.
Wees Gij hun beschermer en schenk hun uw troost
omdat zij uw Naam beminnen.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 6,6-11.
Het gebeurde op een andere sabbat, toen Jezus de synagoge binnenging
om daar te onderrichten, dat er een man aanwezig was met een verschrompel­de rechterhand.
De schriftgeleer­den en Farizeeën hielden Hem in het oog, of Hij op sabbat
een genezing zou verrichten, om iets te vinden waarvan zij Hem zouden kunnen beschuldigen.
Maar Hij wist wat ze dachten en zei tot de man met de verschrompel­de hand:
'Sta op en kom in het midden.' De man stond op en trad naderbij.
Daarop sprak Jezus tot hen: 'Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, iemand redden of laten omkomen?'
Toen liet Hij zijn blik rondgaan over hen allen en zei tot de man: 'Steek uw hand uit.' Hij deed het en zijn hand was weer gezond.
Toen waren ze buiten zichzelf van woede en bespraken met elkaar wat ze tegen Jezus konden doen.






 
©Evangelizo.org 2001-2018