"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Dinsdag, 11 September 2018
Dinsdag in week 23 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 6,1-11.
Broeders en zusters, blijkbaar zijn er onder u die, als zij een kwestie hebben met hun naaste, hun recht gaan zoeken bij de ongerechti­gen en niet bij de heiligen.
Weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oorde­len? En als het oordeel over de wereld bij u berust, zoudt gij dan niet bevoegd zijn voor de meest onbeduiden­de rechtszaken?
Weet gij niet dat wij over engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan over alle daagse dingen.
Voor dit soort geschillen moest gij hen die in de gemeente niet in tel zijn, zitting laten houden.
Dit zeg ik om u te beschamen. Er is onder u toch wel een verstandig man, die tussen broeders uitspraak kan doen?
In plaats daarvan procedeert de ene broeder tegen de andere, en dat nog wel ten overstaan van ongelovigen.
Dat gij tegen elkaar processen voert is al treurig genoeg. Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom laat gij u niet benaderen?
Maar gij pleegt zelf onrecht, zelf berokkent gij schade, en nog wel aan broe­ders.
Weet gij niet dat zij die onrecht plegen het konink­rijk Gods niet zullen erven? Maakt uzelf niets wijs! Hoeren­lopers, afgodendie­naars, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders,
dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars, oplichters, zij zullen het koninkrijk Gods niet erven.
En sommi­gen van u zijn dat wel geweest, maar nu zijt gij rein gewassen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerecht­vaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.


Psalmen 149(148),1-2.3-4.5-6a.9b.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zijn lof weerklinke te midden der zijnen
Isra√ęl juiche zijn Schepper toe,
Laat Sions zonen hun Koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans
bespeelt voor Hem harp en citer.
Want onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukten met zegekransen.

Jubelt dus heiligen, om uw triomf,
viert feest in uw legerplaatsen.
Gaat met het lied van God in uw mond,
een taak die zijn vromen tot eer strekt.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 6,12-19.
In die dagen ging Jezus naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God.
Bij het aanbreken van de dag riep Hij zijn leerlingen bij zich en koos er twaalf leerlingen uit, aan wie Hij tevens de naam van apostel gaf:
Simon, aan wie Hij de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeus,
Matteus, Tomas, Jakobus de zoon van Alfeus, Simon met de bijnaam `ijve­raar',
Judas de broer van Jakobus en Judas Iskariot, die een verrader werd.
Samen met hen daalde Hij af, maar bleef staan op een vlak terrein. Daar bevond zich een talrijke groep
van zijn leerlingen en een grote volksmenigte uit heel het joodse land, uit Jeruzalem en uit het kustland Tyrus en Sidon;
zij waren gekomen om Hem te horen en van hun kwalen genezen te worden. En die gekweld werden door onreine geesten vonden genezing.
Heel die menigte deed pogingen Hem aan te raken, want er ging van Hem een kracht uit die allen genas.






 
©Evangelizo.org 2001-2018