"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Woensdag, 12 September 2018
Woensdag in week 23 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 7,25-31.
Broeders en zusters, voor de ongehuwden heb ik geen gebod van de Heer, maar ik geef mijn mening als iemand die door de ontferming des Heren betrouwbaar is.
Ik meen dan dat dit in onze zware tijden het beste is, dat het voor een mens het beste is zo te leven.
Hebt gij een vrouw getrouwd? Zoekt geen scheiding. Hebt gij uw vrouw verloren? Zoekt geen andere.
Maar als gij wel trouwt, zondigt gij niet, en ook het ongehuwde meisje doet geen zonde, als zij wil trouwen. Alleen, zulke mensen halen zich kommer en zorg op de hals, en dat zou ik u willen bespa­ren.
Ik bedoeld dit, broeders: de tijd is kort geworden. Laten daarom zij die een vrouw hebben, zijn als hadden zij ze niet;
zij die wenen, als weenden zij niet; zij die zich verheugen, als waren zij niet verheugd; zij die kopen, als werden zij geen eigenaar.
Kortom, zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan; want de wereld die wij zien gaat voorbij.


Psalmen 45(44),11-12.14-15.16-17.
Luister, dochter, wees aandachtig,
vergeet uw volk, vergeet uw vaderhuis.
Uw schoonheid wekt de liefde van de koning,
breng hem uw hulde, want hij is uw heer.

Daar treedt de koningsdochter binnen in haar schoonheid,
haar klederen van goud-doorweven stof.
In kleurenpracht gehuld leidt men haar tot de koning,
met haar gevolg van maagden komt zij naderbij.

Men haalt hen in met blijdschap en gejuich,
zij treden binnen in de koninklijke woning.
Uw zonen nemen eens de plaats in van uw vader,
zij zullen vorsten zijn in heel het land.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 6,20-26.
In die tijd sloeg Jezus zijn ogen op, keek zijn leerlingen aan en sprak:
'Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods.
Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden.
Zalig die nu weent, want gij zult lachen.
Zalig zijt gij, wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten,
u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks.
Als die dag komt, spring dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel.
Op dezelfde manier behandelden hun voorvaderen de profeten.
Maar wee u, rijken, want wat u vertroost, hebt ge al ontvangen.
Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden.
Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen.
Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken,
want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.






 
©Evangelizo.org 2001-2018