"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Dinsdag, 18 September 2018
Dinsdag in week 24 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 12,12-14.27-31a.
Broeders en zusters, het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledema­ten een geheel;
alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen een lichaam uit. Zo is het ook met de Christus.
Wij allen, Joden en heidenen, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest
door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest.
Een lichaam bestaat nu eenmaal niet uit een lid, maar uit vele leden.
Welnu, gij zijt het lichaam van Christus, en ieder van u is een lid van dit lichaam.
Nu heeft God in de kerk allerlei mensen aangesteld, ten eerste apostelen,
ten tweede profeten, ten derde leraars; voorts zijn er wonderkrachten,
dan gaven van genezing, hulpbetoon, bestuur en velerlei taal.
Zijn soms allen apostelen, allen profeten, allen leraars, allen wonderdoeners?
Hebben allen gaven van genezing? Spreken allen in vervoe­ring? Kunnen allen uitleg geven?
Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles.


Psalmen 100(99),2.3.4.5.
Juicht voor de Heer, alle landen
dient met blijdschap de Heer
treedt onbezorgt voor zijn aanschijn;
Waarlijk de Heer is God.

Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde zijn volk.
Trekt met een lied door zijn poorten,
komt in zijn voorhof met zang.

Zegent zijn Naam en eert Hem
Hij is ons goed gezind,
eindeloos is zijn erbarmen,
trouw van geslacht op geslacht.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 7,11-17.
In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Nain heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee.
Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen, toen daar een dode werd uitgedragen,
de enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe. Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag, voelde Hij medelijden met haar en sprak: 'Schrei maar niet.'
Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: 'Jongeman, Ik zeg je: sta op!'
De dode kwam overeind zitten en begon te spreken, en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.
Allen werden door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God zeggende:
'Een groot profeet is onder ons opgestaan,' en: 'God heeft genadig neergezien op zijn volk.'
En dit verhaal over Hem deed de ronde door heel het joodse land en de wijde omtrek.






 
©Evangelizo.org 2001-2018