"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Donderdag, 20 September 2018
Donderdag in week 24 door het jaar



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 15,1-11.
Broeders en zusters, ik vestig uw aandacht op het evange­lie dat ik u heb verkondigd,
dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt
en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoor­dingen heb ik het u verkon­digd?
Ik neem aan dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard.
In de eerste plaats dan heb ik u overgele­verd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen,
namelijk dat Christus gestor­ven is voor onze zonden, volgens de Schriften,
en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften,
en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhon­derd broeders tegelijk,
van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven.
Vervol­gens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.
En het laatst van allen is Hij ook versche­nen aan mij, de misgeboorte.
Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd.
Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest.
Ik heb harder gewerkt dan alle anderen, niet ik, maar de genade van God met mij.
Maar of zij het nu zijn of ik, dat verkondigen wij en dat hebt gij geloofd.


Psalmen 118(117),1-2.16ab-17.28.
Loof de Heer, want Hij is goed,
eindeloos is zijn erbarmen.
Herhaalt het, stammen van Isra√ęl
eindeloos is zijn erbarmen!

de hand van de Heer was machtig.
de hand van de Heer was machtig.
Ik zal niet sterven, maar blijven leven
en alom verhalen het werk van de Heer.
Mijn God zijt Gij en ik dank U,

mijn God, ik verkondig uw roem.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 7,36-50.
Een van de Farizee√ęn vroeg Jezus eens bij zich te eten. Hij trad het huis van de Farizee√ęr binnen en ging aanliggen.
Een vrouw nu die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen,
dat Jezus in het huis van de Farizeeer te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee
en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten, staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat,
die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem.
Toen de Farizeeer die Hem uitgenodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: 'Als dit een profeet was
zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares.'
Jezus gaf hem ten antwoord: 'Simon, Ik heb u iets te zeggen,' waarop deze zei: 'Zeg het, Meester.'
'Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig denarien schuldig.
Omdat zij die niet konden terugge­ven, schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?'
'Ik veronderstel,' antwoordde Simon, 'diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgeschol­den.' Jezus zei tot hem: 'Uw oordeel is juist.'
Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: 'Ge ziet die vrouw daar?
Ik kwam uw huis binnen; gij hebt niet eens water over mijn voeten gegoten,
maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd.
Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield, sinds Ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen.
Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem.
Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele,
want zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij betoont weinig liefde.'
Daarop sprak Hij tot haar: 'Uw zonden zijn vergeven.'
De medeaanlig­genden vroegen zich af: 'Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?'
Jezus zei tot de vrouw: 'Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018