"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 23 September 2018
VIJF-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR



Lezing uit het boek der Wijsheid 2,12.17-20.
De ongelovigen zeggen: “Laten wij de rechtvaardige belagen, want hij is van geen nut,
hij gaat in tegen onze werken, hij verwijt ons zonden tegen de wet,
hij beschuldigt ons van overtredingen tegen onze opvoeding.
Laten wij zien of zijn woorden waar zijn, en nemen wij als proef wat bij zijn heengaan gebeurt.
Want als de rechtvaardige Gods zoon is, zal Hij hem te hulp komen
en hem redden uit de hand van zijn tegenstanders.
Laten wij met brutaliteit en kwelling hem aanpakken, om te zien
of hij werkelijk zachtmoedig is en om zijn geduld te toetsen.
Laten wij hem tot een schandelijke dood veroordelen, hij zal immers,
naar zijn zeggen, toch beschermd worden."


Psalmen 54(53),3-4.5.6.8.
God, bevrijd mij door uw naam,
verschaf mij recht door uw macht.
God, luister naar mijn gebed,
hoor de woorden van mijn mond.

Vreemden vallen mij aan,
zij staan mij met geweld naar het leven,
zij houden God niet voor ogen.

Zie, God is mijn helper,
de Heer is het die mijn leven draagt.
Van harte zal ik U offers brengen
en uw naam loven, Heer, want Hij is goed:




Uit de brief van de heilige apostel Jacobus 3,16-18.4,1-3.
Broeders en zusters, waar naijver en eerzucht heersen,
daar treft men ook onrust aan en allerlei minderwaardige praktijken.
De wijsheid van omhoog is voor alles rein, maar ook vredelie­vend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar,
rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden, onpartijdig en oprecht.
Gerechtigheid is een vrucht van de vrede en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten.
Waar komen bij u die vechtparijen en ruzies van­daan?
Toch alleen van uw eigen hartstochten, die u niet met rust laten?
Gij begeert dingen die gij niet kunt krijgen. Gij moordt en benijdt en kunt uw doel niet bereiken.
Dan gaat gij vechten en strijden. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.
En als gij bidt, krijgt ge het niet, omdat gij ver­keerd bidt,
met de bedoeling namelijk om wat ge krijgt uit te geven voor uw boze lusten.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 9,30-37.
In die tijd gingen Jezus en zijn leerlingen weg van de berg
en trokken Galilea door; maar Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam,
want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten. Hij zeide hun:
'De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen
en ze zullen Hem doden; maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.'
Zij begrepen die woorden wel niet, maar schrokken ervoor terug Hem te ondervragen.
Zij kwamen in Kafarnaum en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen: 'Waar hebt ge onderweg over getwist?'
Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag, wie de grootste was.
Toen zette Hij zich neer, riep de twaalf bij zich en zei tot hen:
'Als iemand de eerste wil zijn, moet hij laatste van allen en de dienaar van allen zijn.'
Hij nam een kind en zette het in hun midden; Hij omarmde het en sprak tot hen:
'Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam, neemt Mij op;
en wie Mij opneemt, neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018