"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Woensdag, 26 September 2018
Woensdag in week 25 door het jaar



Lezing uit het boek Spreuken 30,5-9.
Ieder woord van God is door het vuur gelouterd en Hij is een schild voor wie bij Hem schuilen.
Aan zijn woorden moogt gij niets toevoegen, want Hij zou u berispen en gij zoudt blijken een leugenaar te zijn.
Twee dingen vraag ik van U, weiger mij die niet, aleer ik sterf:
Houd valsheid en leugen verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom, doe mij het brood genieten dat mijn rantsoen is,
opdat ik niet verzadigd raak en U ga verloochenen en ga zeggen: ''Wie is de Heer?'' ‑ opdat ik niet arm word en ga stelen en mij aan de naam van mijn God vergrijp.


Psalmen 119(118),29.72.89.101.104.163.
Gedoog niet dat ik een dwaalweg insla,
maar geef mij uw wet als gids.
De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten van zilver en goud.

Heer, voor eeuwig
staat uw woord in de hemel vast.
Van alle slechte paden houd ik mijn voeten,
Om uw woord te volbrengen;

Uw regels geven mij inzicht,
daarom haat ik elk bedrieglijk pad.
Ik haat, ik verafschuw de leugen,
maar uw wet heb ik lief.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 9,1-6.
In die tijd riep Jezus de twaalf bijeen en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en de kracht om ziekten te genezen.
Daarop zond Hij hen uit om het Rijk Gods te verkondi­gen en genezingen te verrichten.
En Hij vermaande hen: 'Neemt niets mee voor onderweg: geen stok, geen reiszak, geen voedsel en geen geld; niemand van u mag dubbele kleding hebben.
Als ge een huis binnengaat, moet ge daar blijven en vandaar weer afreizen.
Als men u ergens niet ontvangt, verlaat dan die stad en schudt het stof van uw voeten, als een getuigenis tegen hen.'
Toen gingen ze op weg en trokken van dorp tot dorp, terwijl zij overal de Blijde Boodschap verkondigden en genezingen verrichtten.






 
©Evangelizo.org 2001-2018