"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Vrijdag, 28 September 2018
Vrijdag in week 25 door het jaar



Lezing uit het boek Prediker 3,1-11.
Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd.
Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten.
Een tijd om te doden en een tijd om te genezen,
een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.
Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.
Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen,
een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien.
Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen.
Een tijd om stuk te scheuren en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.
Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten,
een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede.
Wat heeft iemand dan aan al zijn werken en zwoegen?
Ik overzag de bezigheden die God de mensen heeft opgelegd om er zich mee af te tobben.
Alles wat Hij doet is goed op zijn tijd; ook heeft Hij de mens besef van duur ingegeven,
maar toch blijft Gods werk voor hem van het begin tot het eind ondoorgrondelijk.


Psalmen 144(143),1a.2abc.3-4.
Verheerlijken wil ik de Heer, mijn rots,
mijn steun en mijn burcht,
mijn beschermer en redder,
mijn schild en mijn toevlucht.

Wat is dan een mens, Heer, dat Gij om hem geeft,
een mensenkind, dat Gij U om hem bekommert?
De mens is niet meer dan een vleugje wind,
zijn dagen vergaan als een vluchtige schaduw.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 9,18-22.
Toen Jezus eens alleen aan het bidden was en zijn leerlingen bij Hem kwamen, stelde Hij hun de vraag: 'Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?'
Zij antwoordden: 'Johannes de Doper; anderen zeggen: Elia, en weer anderen: Een van de oude profeten is opgestaan.'
Hierop zeide Hij tot hen: 'Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?' Nu antwoordde Petrus: 'De Gezalfde van God.'
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen.
'De Mensenzoon,' zo sprak Hij, 'moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht, zal Hij op de derde dag verrijzen.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018