"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 30 September 2018
ZES-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR



Lezing uit het boek Numeri 11,25-29.
In die dagen daalde de Heer af, in de wolk. Hij sprak tot Mozes
en droeg een deel van de geest die op hem rustte, op de zeventig oudsten over.
Zodra de geest op hen rustte begonnen ze te profeteren. Dat is daarna niet opnieuw gebeurd.
Twee mannen, van wie de een Eldad heette en de ander Medad, waren in het kamp gebleven;
ze stonden wel op de lijst van zeventig maar waren niet naar de tent gegaan.
Zodra de geest op hen rustte begonnen ook zij te profeteren, in het kamp.
Een jongeman rende naar Mozes toe en zei:
‘Eldad en Medad zijn in het kamp aan het profeteren!’
‘Zeg dat ze daarmee ophouden, heer!’ zei Jozua, de zoon van Nun,
die van jongs af aan Mozes’ rechterhand was geweest.
Maar Mozes zei: ‘Denk je soms dat jij voor mijn belangen moet opkomen?
Legde de Heer zijn geest maar op heel het volk! Profeteerde iedereen maar!’


Psalmen 19(18),8.10.12-13.14.
De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de Heer is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.
De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Uw dienaar laat zich erdoor verlichten,
wie ze opvolgt wordt rijk beloond.
Maar wie kan al zijn fouten kennen?
Spreek mij vrij van verborgen zonden.

Bescherm uw dienaar, tegen hoogmoed
laat die niet over mij heersen,
dan zal ik volmaakt zijn
en bevrijd van grote zonde.



Uit de brief van de heilige apostel Jacobus 5,1-6.
Broeders en zusters, gij die rijk zijt: weent en jammert om de rampen die over u komen.
Uw rijkdom is verrot, uw mooie kleren zijn door motten aangetast,
uw goud en zilver is verroest. Die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw vlees verteren.
Schatten hebt gij verzameld, terwijl het de laatste dagen zijn.
Hoort, het loon dat gij hebt onthou­den aan de arbeiders die uw velden hebben gemaaid,
roept luid, en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen tot de oren van de Heer der heerscharen.
Gij hebt op aarde gezwelgd en gebrast, gij hebt u vetgemest voor de dag van de slachting.
Gij hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord; hij heeft geen verweer tegen u.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 9,38-43.45.47-48.
In die tijd zei Johannes tot Jezus: 'Meester, we hebben iemand die ons niet volgt, in uw naam duivels zien uitdrijven,
en we hebben getracht het hem te beletten, omdat hij geen volgeling van ons was.'
Maar Jezus zei: 'Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam,
zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken.
Wie niet tegen ons is, is voor ons.
Als iemand u een beker water te drinken geeft omdat gij van Christus zijt,
voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.
Maar als iemand een van deze kleinen die geloven, aanstoot geeft,
het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp.
Dreigt uw hand u aanstoot te geven, hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee handen in de hel te komen, in het onblusbaar vuur.
het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen.
het is beter voor u met een oog het Rijk Gods binnen te gaan
dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen,
waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.






 
©Evangelizo.org 2001-2018