"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Vrijdag, 05 Oktober 2018
Vrijdag in week 26 door het jaar



Uit het boek Job 38,1.12-21.40,3-5.
In die tijd begon de Heer in storm en wind tot Job te spreken:
Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, De dageraad zijn plaats bestemd,
Om de zomen der aarde te bezetten En er vlammen uit te schudden?
Zij flonkert als een kostbare zegelsteen, Wordt bontgeverfd als een kleed,
Totdat de stralen hun licht wordt ontnomen, Hun opgeheven arm wordt gebroken.
Zijt ge doorgedrongen tot de bronnen der zee, Hebt ge de bodem van de Oceaan bewandeld;
Zijn u de poorten des doods getoond, De wachters der duisternis u verschenen;
Hebt ge de breedten der aarde omvat: Zeg op, wanneer ge dit allemaal weet!
Waar is de weg naar de woning van het licht, En waar heeft de duisternis haar verblijf,
Zodat gij ze naar hun plaats kunt brengen, En hun de paden naar huis kunt leren?
Ge weet het toch, want toen werdt ge geboren, Het getal van uw jaren is immers zo groot!
Maar Job antwoordde de Heer, en sprak:
Ik ben lichtzinnig geweest: Wat zou ik hierop kunnen zeggen; Ik leg mijn hand op mijn mond.
Ik heb eens gesproken, maar doe het niet weer; Tweemaal, maar ik begin niet opnieuw!


Psalmen 139(138),1-3.7-8.9-10.13-14ab.
Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij,
Gij ziet mij waar ik ga of sta.
Van verre kent Gij mijn gedachten,
Gij weet waarom ik bezig ben of rust,

Gij let op al mijn wegen.
Waar zou ik ooit ontkomen aan uw Geest,
waar zou ik mij voor uw Gelaat verbergen?
Al stijg ik naar de hemel op: daar zijt Gij reeds,

al daal ik in het dodenrijk: Gij zijt aanwezig.
Al leen ik ook de vleugels van de dageraad
en strijk ik neer aan gene zijde van de zee:
ook daar is het uw hand, die mij blijft leiden,

ook daar houdt Gij mij stevig vast.
Want wat er in mij is hebt Gij geschapen,
Gij hebt mij als een weefsel in de moederschoot gevormd.
Ik dank U voor het wonder van mijn leven
voor alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,13-16.
In die tijd zei Jezus: Wee u, Chorazim, wee u, Betsaida! Tyrus en Sidon zouden reeds lang neerzittend in zak en as,
zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaats gevonden.
Ja, het lot van Tyrus en Sidon zal bij het oordeel beter te dragen zijn dan dat van u.
En gij, Kafarnaum, zult ge soms tot de hemel toe verheven worden? Tot in de onderwereld zult ge neerzinken.
Wie naar u luistert, luistert naar Mij; en wie u verstoot, verstoot Mij. Wie Mij verstoot, verstoot Hem die Mij gezonden heeft.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018