"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 07 Oktober 2018
ZEVEN-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR



Uit het boek Genesis 2,18-24.
De Heer sprak: Het is niet goed dat de mens alleen is,
Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.
Toen vormde Hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels,
en Hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven:
zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten.
De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren,
maar hij vond geen helper die bij hem paste.
Toen liet God, de Heer, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep
nam Hij een van zijn ribben weg; Hij vulde die plaats weer met vlees.
Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de Heer,
een vrouw en Hij bracht haar bij de mens.
Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’
Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder
en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.


Psalmen 128(127),1-2.3.4.5bc.6.
Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer
en de weg gaat die Hij wijst:
Je zult eten wat je werk opbrengt,
geluk en voorspoed vallen je toe.

Je vrouw als een vruchtbare wijnstok
in het midden van je huis,
je kinderen als jonge olijfbomen
in een kring om je tafel.

Ja, zo wordt gezegend
de man die ontzag heeft voor de Heer.
Verheug je in de voorspoed van Jeruzalem,
alle dagen van je leven.

Verheug je in de kinderen van je kinderen.
en de vrede over Israël!


Uit de brief aan de Hebreeën 2,9-11.
Broeders en zusters, wij zien hoe Jezus die voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst was
opdat zijn dood door Gods genade iedereen ten goede zou komen –
vanwege zijn lijden en dood nu met eer en luister gekroond is.
Want om vele kinderen in zijn luister te laten delen achtte God, voor wie
en door wie alles bestaat, het passend de bereider van hun redding
door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.
Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben een en dezelfde oorsprong,
en daarom schaamt Hij zich er niet voor hen zijn broeders en zusters te noemen


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 10,2-16.
In die tijd kwamen er Farizeeën die Jezus vroegen:
'Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?'
Daarmee wilden zij Hem op de proef stellen.
Hij ant­woordde hun met een wedervraag: 'Wat heeft Mozes u voorgeschreven?'
Zij zeiden: 'Mozes heeft toegestaan een scheidings­brief op te stellen en haar weg te zenden.'
Doch Jezus ant­woordde hun: 'Om de hardheid van uw hart
heeft hij die bepaling voor u neerge­schreven.
Maar in het begin, bij de schepping, heeft God hen als man en vrouw gemaakt.
Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten
om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen een vlees worden.
Zo zijn zij dus niet langer twee, een vlees als zij geworden zijn.
Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.'
Thuis ondervroegen de leerlingen Hem nogmaals daarover.
Hij sprak tot hen: 'Wie zijn vrouw wegzendt en een ander huwt,
maakt zich tegenover haar schuldig aan echtbreuk.
En wanneer zij haar man wegzendt en een ander huwt, begaat zij echtbreuk.'
De mensen brachten kinderen bij Hem met de bedoeling dat Hij ze zou aanraken.
Maar bars wezen de leerlingen ze af.
Toen Jezus dat zag, zei Hij verontwaardigd: 'Laat die kinderen toch bij Mij komen
en houdt ze niet tegen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods.
Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind,
zal er zeker niet binnengaan.'
Daarop omarmde Hij ze en zegende hen, terwijl Hij hun de handen oplegde.






 
©Evangelizo.org 2001-2018