"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Donderdag, 11 Oktober 2018
Donderdag in week 27 door het jaar



Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 3,1-5.
Domme Galaten, wie heeft jullie behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk verkondigd als gekruisigd!
Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt ge de Geest ontvangen door de wet te volbrengen of door gelovig te luisteren?
Hoe kunt ge zo dom zijn! Ge zijt begonnen met de Geest, wilt ge nu eindigen met het vlees?
Hebt ge zoveel meegemaakt voor niets? Dat kan ik niet aannemen.
Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u wonderen werkt,
doet Hij dat omdat ge de wet onderhoudt of omdat ge luistert en gelooft?


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,69-70.71-72.73-75.
Een Redder heeft Hij voor verwekt
in het geslacht van David, zijn dienaar,
Zoals Hij reeds van oudsher had verklaard
bij monde van zijn heilige profeten.

Verlossing uit de macht van onze vijanden
en uit de hand van allen die ons haten.
Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn,
zijn heilige verbond gestand doen;

De eed aan onze vader Abraham gezworen
ons eenmaal te verlenen:
Om aan de greep van vijanden ontrukt
Hem zonder vrees te dienen;
In vroomheid en gerechtigheid
al onze dagen voor zijn aanschijn.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,5-13.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden,
want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.
Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: 'Val me niet lastig, de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het je te geven?
Ik zeg u: als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen.
Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan.
Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, wordt opengedaan.
Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven?
Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven?
Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.'






 
©Evangelizo.org 2001-2018